Jeugdinstellingen gaan radicale jongeren niet isoleren
Hoe het dan wel moet? ‘Praten, praten, praten. Met veel respect. Met veel geduld. Met empathie voor de verontwaardiging van de jongeren.' Foto: rr
De Vlaamse jeugdinstellingen hebben een speciaal actieplan klaar waarmee ze geradicaliseerde jongeren willen aanpakken. Anders dan in de gevangenissen voor volwassenen wordt ervoor gekozen de radicale jongeren net in de leefgroepen met de anderen te houden. Tot ze dreigen te ronselen. Dan moeten ze eruit.

De instellingen vangen minderjarigen op die door de jeugdrechter zijn geplaatst na misdrijven of na opvoedingsproblemen thuis. Daar zijn de jongste jaren ook geradicaliseerde jongeren bij, en die vergen een speciale aanpak. Die blijkt nu te bestaan uit een mix van opvallend begripvol en opvallend streng.

Het actieplan gaat in tegen de aanpak in de gewone gevangenissen, waar speciale vleugels zijn geopend voor radicale gedetineerden. In de jeugdinstellingen moeten die jongens en meisjes net tussen de anderen blijven zitten. 

Radicale ideeën

Nog opvallender is de uitdrukkelijke vraag aan opvoeders om niet lijnrecht in te gaan tegen de radicale ideeën van de jongeren en hen niet zomaar tegen te spreken. ‘Onderzoek heeft uitgewezen dat zoiets niets uithaalt. Zo’n jongere klapt dan dicht en is niet meer vatbaar voor hulpverlening.’

Hoe het dan wel moet? ‘Praten, praten, praten. Met veel respect. Met veel geduld. Met empathie voor de verontwaardiging van de jongeren. Door alternatieven aan te bieden. Zonder te oordelen.’

Op die manier hopen de instellingen de jongeren uiteindelijk op andere gedachten te brengen. ‘Maar we begrijpen dat zoiets niet evident is, ook niet voor ons personeel. Daarom ook houden we alle onderzoeken hierover nauwgezet in de gaten om onze aanpak zo nodig bij te stellen.’

Geen aparte vleugels

Opvallend is ook dat de radicale jongeren niet geïsoleerd worden. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) heeft in de gewone gevangenissen net wel aparte vleugels geopend om de radicale gedetineerden te verzamelen. In de jeugdinstellingen blijven die jongeren wel tussen de anderen zitten. Tot er sprake is van ronseling. Pas als ze andere jongeren proberen te overhalen tot de jihad of onder druk zetten, worden ze wel afgezonderd.

Er gelden voor radicale jongeren ook strengere regels voor contact met familie en vrienden buiten. Elk contact – ook per telefoon of brief – moet worden besproken met de jeugdrechter. Bovendien krijgt het personeel van de instellingen de opdracht om mee te werken met veiligheidsdiensten als er een formele terreurdreiging is.

De woordvoerder van het Agentschap Jongerenwelzijn benadrukt wel dat het om zeer uitzonderlijke gevallen gaat. De voorbije jaren zijn er nog maar een viertal geradicaliseerde jongeren in de instellingen opgesloten. Jongens, maar ook meisjes, die meegesleurd of slachtoffer dreigden te worden van de radicalisering van hun broers.