Federaal procureur vraagt gemeenschappen terreurverdachten beter op te volgen
Foto: Bart Dewaele

Federaal procureur Frédéric Van Leeuw wil dat de gemeenschappen terreurverdachten beter opvolgen en dit ‘zowel wanneer ze terugkomen uit oorlogszones, wanneer ze in de gevangenis zitten en wanneer ze die weer verlaten’.

Voor Van Leeuw is het duidelijk dat de aanpak en bestrijding van terrorisme niet alleen maar een bevoegdheid van justitie kunnen zijn. Ook de gemeenschappen moeten meer doen. ‘We zijn sterk vragende partij hiervoor, zowel wanneer ze terugkomen uit oorlogszones, wanneer ze in de gevangenis zitten als wanneer ze die weer verlaten’, zegt de procureur aan VRT Nieuws. ‘We moeten hen beter opvolgen en psychiatrisch begeleiden. Dat is een taak voor de gemeenschappen die de persoonsgebonden bevoegdheden hebben, maar eigenlijk is dat een taak van iedereen.’

Maar ook in andere domeinen moet er meer gebeuren. Van Leeuw verwijst zo naar de aanpak van probleemwijken op sociologisch en stedenbouwkundig vlak.

‘Altijd een wapen te vinden’

De federaal procureur is alvast blij dat er in het kader van de nieuwe antiterreurmaatregelen nu ook ‘s nachts huiszoekingen kunnen uitgevoerd worden en dat er telefoontaps kunnen ingelegd worden in wapendossiers. Al sluit dat volgens Van Leeuw een nieuwe aanslag niet uit. ‘We sporen actief wapens op, maar vaak belanden die vaak op het allerlaatste moment in handen van de terroristen zelf. Bovendien heeft de aanslag in Nice bewezen dat mensen met slechte bedoelingen altijd wel een wapen zullen vinden.’