Zijn laatste concert dateerde al van 2013, maar het belang van Toots Thielemans bleef groot. Bij zijn overlijden zet De Standaard-redacteur Peter De Backer nog eens in de verf waarom Toots de grand old man van de Belgische jazz was.

Een muzikale pionier
Quincy Jones: ‘Toots heeft helemaal in zijn eentje voor de emancipatie van de harmonica gezorgd.’

Het is moeilijk te vatten, maar de allereerste keer dat Toots Thielemans optrad in een New Yorkse jazzclub dateert al van 1947. Een avontuurlijke oom had hem mee op reis genomen naar de VS, en daar mocht Toots meejammen in een club in Miami. De legendarische fotograaf William Gottlieb merkte hem op en nam hem mee naar de befaamde 52nd street in New York. Daar keken ze raar op toen Toots, toen nog vooral gitarist, zijn mondharmonica aan de lippen zette. Jazz op zo’n speelgoedinstrumentje? Maar Toots overtuigde meteen: ‘That European fella swings like hell.’

Toots heeft ervoor gezorgd dat de mondharmonica als volwaardig instrument werd beschouwd, waarop je even lekker kon improviseren als op een sax.

Meer dan alleen maar harmonica
Pat Metheny: ‘Onderschat zijn gitaarspel niet. Hij was écht goed op gitaar.’

Toots had een enorm muzikaal talent. Als driejarig jongetje maakte hij indruk op de accordeon die zijn ouders hem hadden toegestopt in hun volkscafé in de Brusselse Hoogstraat. Als tiener won hij bij een weddenschap een gitaar, en Toots was vertrokken. Hij werd een virtuoos jazzgitarist, sterk geïnspireerd door die andere grote Belg, Django Reinhardt. Een heel bijzonder geluid creëerde hij door zijn gitaarspel unisono te begeleiden met gefluit, een virtuoze techniek die hij ook op de soundtrack van de filmklassieker Turks fruit toepaste.

In 1981 werd Toots getroffen door een hersenbloeding. Opnieuw mondharmonica spelen lukte pas na een zware herstelperiode. Als gitarist werd Toots nooit meer de oude en het fluiten heeft hij sindsdien helemaal moeten laten.

Meer dan alleen maar jazz
Billy Joel: ‘Toots leeft, drinkt, eet en slaapt muziek’

Toots werkte met een eindeloze reeks jazzgrootheden, zoals Charlie Parker, Herbie Hancock, Bill Evans, Pat Metheny, George Shearing, Benny Goodman en Joe Lovano. Quincy Jones, een man die met de grootste muzikanten uit alle mogelijke genres heeft samengewerkt, plaatst Toots op dezelfde hoogte als Miles Davis, Charlie Parker en Dizzy Gillespie. Maar Toots heeft zoveel meer gedaan dan jazz. Het grote publiek kent hem ook van soundtracks als Midnight cowboy, The getaway en Turks fruit, van de kenwijsjes van Sesamstraat, Witse of Baantjer, van zijn samenwerking met popmuzikanten als Billy Joel en Paul Simon. En altijd weet Toots de muziek naar zijn hand te zetten. ‘Eén noot van Toots kan je al diep raken’, zegt Michel Hatzigeorgiou, bassist van Aka Moon.

Een internationale vedette
Paul Simon: ‘Toots is niet alleen een groot muzikant, maar ook een groot performer.’

Zeg nu zelf, welke andere Belgische muzikant slaagt erin om grote concertzalen in New York vol te laten lopen? Toots Thielemans deed het meerdere keren. Carnegie Hall in 2006, het Rose Theatre van het Lincoln Center in 2012: Toots kreeg er telkens de ene staande ovatie na de andere. Overal charmeert hij zijn publiek met zijn ongedwongen eenvoud en humor. In de VS wordt hij in 2008 zelfs benoemd tot Jazz Master door de National Endowment for the Arts, de hoogste onderscheiding die een jazzmuzikant in Amerika kan krijgen.

Toots is over de hele wereld bekend. In Japan, waar hij vlak voor zijn 90ste verjaardag nog op tournee ging. In Brazilië, waar hij na een plaat met de legendarische zangeres Elis Regina zowat met elke muzikant van betekenis heeft samengewerkt. Een heel bijzondere plaats neemt Zweden in, omdat Toots er het kenwijsje van de kinderserie Dunderklumpen volspeelt, waardoor zowat elke jonge Zweed in de jaren 70 met zijn muziek opgroeide.

Een ketje in hart en nieren
Toots Thielemans: ‘Ik ben een Afro-American Marollien.’

Gek genoeg heeft het vrij lang geduurd eer Toots ook in eigen land de erkenning kreeg die hij verdiende. Sinds de jaren 50 was hij Amerikaans staatsburger, maar Toots is zichzelf altijd een Brusselaar blijven voelen, een echt ketje van de Marollen, maar dan met een Afro-Amerikaans hart.

Zijn klassieker ‘Bluesette’ kon iedereen dan wel meefluiten, het was toch pas vanaf de late jaren 80 dat hij ook in België werd beschouwd als een grote meneer.

In 2001 werd hij zelfs baron, een eer die hem veel plezier doet. Op alle concerten die hij de jongste jaren gaf, kreeg Toots telkens een staande ovatie nog voor hij een noot had gespeeld. Dat grote respect genoot hij niet alleen bij jazzfans. De grootste verdienste van Toots Thielemans is wellicht dat hij met zijn mondharmonica een groot publiek warm kon maken voor alle muziek die hij speelde, jazz en andere. Toots had daar zelf een verklaring voor: ‘Er moet iets in die klank zitten dat de mensen rechtstreeks in het hart raakt.’ 

Peter De Backer is co-auteur van 'Toots 90', het hommageboek dat verscheen ter gelegenheid van Toots Thielemans' 90ste verjaardag.