België zakt 5 plaatsen op leefbaarheidsranglijst
Belgische jeugdwerkloosheid ligt relatief hoog.

Van de 41 landen die met elkaar werden vergeleken, kwam België als 21ste uit de bus rollen. Dit is een verslechtering van maar liefst 5 plaatsen ten opzichte van twee jaar geleden. ‘Leemtes in de integratiepolitiek’ en de ‘zwakke dynamiek’ van de arbeidsmarkt zijn de grote boosdoeners, aldus de onderzoekers.

In een rangschikking van 41 landen van de Europese Unie en de OESO staat België pas op de 21ste plaats wat betreft leefbaarheid. Dat blijkt donderdag uit de studie ‘Sustainable Governance Indicators’ van de Duitse denktank Bertelsmann Stiftung, op basis van 136 indicatoren. Ons land zakt daarop vijf plaatsen ten opzichte van 2014. De Scandinavische landen voeren de index aan.

Aan de basis van de terugval van België op het klassement liggen vooral twee redenen. Ten eerste de ‘zwakke dynamiek van de arbeidsmarkt’ (26ste plaats). De jeugdwerkloosheid in ons land ligt met 22,1 procent namelijk relatief hoog en de langdurige werkloosheid is de laatste jaren gestegen tot 4,45 procent.

Integratiepolitiek

Ten tweede spelen ook ‘leemtes in de integratiepolitiek’ (32ste plaats) België parten. Ons land staat slechts op de 39ste plaats wat betreft de werkloosheidsgraad bij immigranten in vergelijking met die van Belgische inwoners. ‘België heeft nooit adequaat geïnvesteerd in onderwijs om immigranten en hun kinderen makkelijk te doen integreren in de economie. Dat heeft geleid tot een hoge werkloosheidsgraad onder immigranten, die vooral gegroepeerd zijn in stedelijke gebieden en met name Brussel. De diep gelegen verschillen tussen Belgische inwoners en inwoners met een niet-Europese origine wat betreft opleiding en werkloosheid doen dat aanhouden’, luidt het in het rapport.

België scoort dan weer zeer goed op vlak van gezinsbeleid (7de plaats), met onder meer goede kinderopvang. ‘Het land kan daarbij concurreren met de Scandinavische landen’, is te lezen. Die landen domineren weinig verbazend de SGI-rangschikking, met Zweden op kop, gevolgd door Denemarken en Noorwegen. Maar hun positie is wel verzwakt. ‘We merken een algemene tendens van groeiende sociale ongelijkheid in de Scandinavische landen’, klinkt het.