Politici lobbyden om terreurverdachte Atar vrij te krijgen
De familie van Atar kregen hem na zeven jaar gevangenis in Irak vrij Foto: Herman Ricour

‘s Lands meest gezochte terrorist, de Brusselaar Oussama Atar, werd vier jaar geleden vrijgelaten uit een Iraakse gevangenis omdat hij zogezegd ‘doodziek’ was. Dat gebeurde onder druk van de Belgische overheid, Amnesty International en de familie van Atar, schrijft Het Nieuwsblad zondag.

De 32-jarige Oussama Atar is een persoonlijke vriend van Abu Bakr Al-Bagdadi, de grote roerganger van ­Islamitische Staat. De twee zaten in 2005 in dezelfde Iraakse gevangenis. Als hulpverlener beweerde hij, maar in feite smokkelde hij wapens voor de rebellen die de Amerikaanse troepen bevochten.

Ondanks de bedenkelijke reputatie van Atar, slaagde zijn zus er in 2010 in om zowel de Belgische Staat, Amnesty International als verschillende partijleden van Ecolo achter zich te scharen voor een grootscheepse campagne die Atar vrij moest krijgen, zogezegd omdat hij nierkanker had.

Daar bleek later niets van te kloppen en Atar verdween al snel van de radar. Acht huiszoekingen in Brussel leverden vrijdag geen spoor op van de man die zijn neven, de broers El ­Bakraoui, vermoedelijk heeft opgepookt om aanslagen te plegen in Zaventem en Maalbeek.

Zoé Genot, Kamerlid voor de Franstalige groenen, trok toen mee aan de Atar-kar. ‘Ja. In 2010 wisten we natuurlijk niet wat die man in 2016 zou uitspoken. Maar ik begrijp wel dat de mensen in de straat nu - terecht - denken dat we hem beter in Irak hadden gelaten.’ Volgens haar wist de Belgische Staat in 2010 niet dat Atar eigenlijk een wapensmokkelaar was. De destijds bevoegde ministers van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (CD&V) en Didier Reynders (MR) reageerden zaterdag niet.

Ook Amnesty International zit een beetje verveeld met de zaak. ‘Maar het heeft geen zin om met de kennis van nu te oordelen over feiten van zes jaar geleden.’ De organisatie benadrukt dat ze in 2010 enkel actie heeft gevoerd voor het recht op gezondheid en niet voor de vrijlating van Atar.

'Op basis van de toenmalige berichten heeft Amnesty International in 2010 haar bezorgdheid geuit en de Iraakse autoriteiten opgeroepen om alle noodzakelijke medische hulp te voorzien voor Atar. Elk individu, gevangen of niet, heeft recht op basisgezondheidszorg.'