Serene  Van Morrison, explosieve Arno
Van Morrison op de Lokerse Feesten. Foto: Koen Bauters

Op de Lokerse Feesten lieten Van Morrison en Arno Hintjens horen hoe verschillend ze hun blueswortels hebben uitgewerkt. Elk groots op zijn manier.

Van Morrison (70) en Arno Hintjens (67) zijn uit dezelfde klei geboetseerd. Hun wortels liggen in de rhythm-’n-blues van de jaren 60, die hen als jonge mannen zo passioneerde dat ze er hun hele leven op geënt hebben. Elk voegde er zijn lokale stijl aan toe: Morrison zijn Keltische roots, Hintjens het chanson en zijn Oostendse surrealisme. En allebei zongen ze in Lokeren over God.

Maar wat een verschil in uitwerking! Morrison is vandaag een evenwichtige performer, die het podium opwandelde met zijn saxofoon om en smaakvolle solootjes blies in ‘Moondance’. Gedurig citeerde hij stukjes van Sam Cooke, Gene Vincent, kortom uit de gouden epoque van rock en soul. En in ‘The Way Young lovers do’ liet hij meesterlijk horen hoe je een bruisende song over onstuimige jonge liefde na 50 jaar nog geloofwaardig kan brengen, door een mooie gelatenheid in de interpretatie te leggen.

Morrison had vier oudere muzikanten bij zich die hem op de vingerknip volgden. Arno daarentegen had in zijn concert een kransje jonge wolven mee die hem veeleer uitdaagden om zijn unieke kruisbestuiving tussen blues, chanson en krautrock rauw en eigentijds te houden. ‘Que Pasa’ vloog het publiek naar de keel, ‘Now she likes boys’ was een optelsom tussen Muddy Waters en Wagner.

Morrison lijkt van beiden het meest tot rust gekomen. Hij is een jonge vader (twee kinderen van 9 en 10), die zijn demonen getemd heeft door het licht te vinden in de natuur en in het goddelijke. In songs als ‘Enlightenment’ en ‘Days gone by’ zong hij over inzicht vinden in zichzelf: ‘What’s my life? I have been cleaning windows’. Met prachtige melodieën, een goeie afwisseling tussen troostende ballads en vinnige funk (’Wild night’, ‘Domino’), en dat alles bedaard en fijn gespeeld, kwam de Noord-Ier sereen over.

Arno stond op het podium met kruit in zijn kont: klaar om te ontploffen. ‘Ha ha’ spatte zo nijdig uiteen dat je onwillekeurig een pas achteruit deed. ‘Putain Putain’ was een middelvinger aan de Brexit. In ‘Meet the freaks’ ging het over de zotten die elkaar vermoorden. ‘Brussels’ was een overtuigde oproep tot openheid en eendracht in moeilijke tijden. Arno’s versie van soul is al zo vaak getransformeerd dat ze in zijn beste momenten expressionistische kunst geworden is.

Allebei zongen ze dus over God. Voor Morrison is geloven al lang een groot thema, en hij verpakte het zo luchtig en speels in zijn set dat je er vooral het positivisme van opstak. Arno beeldde God af als een man die vandaag wanhopig moet zijn over zijn creatie, de mens. Ook hier die oppositie: Morrison heeft zijn gevecht gestreden, Arno lijkt dagelijks in de loopgraven te willen staan.

En allebei hebben ze hun pensioennummers. Morrison sloot routineus af met ‘Brown-Eyed Girl’ en ‘Gloria’, Arno maakte iedereen blij met ‘O la la’ en ‘Les filles au bord du mer’. Een interessante avond die liet zien hoe mensen die aan dezelfde meet starten, een heel andere koers kunnen lopen.