Naar aanleiding van de couppoging van 15 juli heeft het Turkse gerecht gisteren arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen 47 oud-medewerkers van de krant Zaman. Die krant was tot begin maart gelieerd aan Fethullah Gülen, en staat sindsdien onder staatstoezicht. De hoofdredacteur van de Nederlandstalige editie, Mete Öztürk, reageert in een kort interview met onze redactie.

In maart werd de krant al overgenomen door de Turkse staat. Wat betekent de beslissing na de couppoging voor ‘Zaman Vandaag’ (Benelux)?

‘Steeds meer mensen distantiëren zich van de krant uit angst om vervolgd te worden. Financiële steun is moeilijker te verkrijgen, adverteerders stoppen ermee en ook abonnementen worden opgezegd. Enkele maanden geleden al zei iemand me “Ja, ik wil wel een abonnement, maar ik kan die krant absoluut niet in mijn zaak leggen want dan verlies ik teveel klanten”.’

Wat is de impact van die beslissing op journalisten?

‘Ik voorspel weinig goeds. Vooral voor de journalisten die daar nog zitten.’ Er waren na maart al journalisten die het land ontvlucht waren. ‘Maar ik vrees het ergste voor journalisten die achterblijven. Dat geldt voor zowel journalisten van Zaman als andere oppositiekranten.’

‘Er is een officiële lijst met tientallen journalisten, maar daarnaast is er een officieuze lijst met honderden anderen,’ zegt Ôztürk. Hij verwijst ook naar de noodtoestand die werd uitgeroepen in Turkije en het feit dat mensen zonder gerechtelijke tussenkomst opgepakt kunnen worden.

‘Ze worden tegenwoordig ook dertig dagen aangehouden, niet vier zoals het er meestal onder gerechtelijk toezicht aan toe gaat. Er is sprake van foltering (Amnesty International, 25 juli), en familieleden weten niet wat er met hun geliefden gebeurt. Het is ook enorm moeilijk om betrouwbare informatie te verkrijgen.’

Wat is volgens u de taak van de Westerse media?

‘In een ideale wereld zouden er toezichters gestuurd worden naar Turkije om te onderzoeken wat er daar juist aan het gebeuren is. De Raad van Europa kan hier ook een zeg in hebben.’

‘Europa moet een signaal geven aan Turkije. Zeker nu dat Erdogan heeft aangekondigd dat er afstand wordt genomen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’