Poëtische David Gilmour op prozaïsche marktplaats
Foto: Koen Bauters

Op de eerste van twee uitverkochte avonden in Tienen liet David Gilmour horen dat hij een van de beste gitaristen in de wereld is. Dat kon jammer genoeg niet gezegd worden van de locatie.

Het was prachtig om zo scherp en zo van dichtbij te kunnen zien hoe David Gilmour gitaar speelt. Op het cirkelvormige videoscherm zagen we hoe de 70-jarige handen van de Pink Floyd-gitarist traag en nadrukkelijk de noten deden buigen en de magie zochten in songs als ‘Faces of stone’ en ‘Shine on you crazy diamond’.

Al eens omschreven als de missing link tussen Jimi Hendrix en Eddie Van Halen, draait het bij Gilmour vooral om de gitaar. Zijn tussenteksten op het drie uur durende concert waren functioneel en saai. Hij is niet het soort man dat in het publiek waadt of op het podium aan acrobatie doet. Gilmour is een muzikale poëet, een man die vertelt via de snaren van zijn Fender Stratocaster (en soms een lap steel-gitaar).

Hij was in Tienen voor twee avonden op het lokale Marktplein, in de schaduw van de 13de-eeuwse O.L.V-ten-Poelkerk, een fraai bewaard voorbeeld van Brabantse Gotiek. Hij speelde ruim drie uur lang, tot bijna 1 uur, voor een publiek dat grotendeels recht moest blijven staan. Hij bracht waar iedereen op hoopte, in omstandigheden die afbreuk deden aan de sfeer.

Onvergetelijk

Gilmour toert niet zo vaak. Hij is ook selectief. Voor deze tournee koos hij een indrukwekkende rij locaties met een sterk historische resonantie. Het Circus Maximus in Rome, de site La Saline in Besançon, en vooral het historische amfitheater in Pompeji, waar Pink Floyd 45 jaar geleden een beroemd concert speelde. Gilmour wil dat het publiek een concert als ‘uniek en onvergetelijk’ ervaart.

In Tienen voelden we ons echter als ‘thousands of lost souls swimming in a fish bowl’. De meeste mensen stonden vier uur lang dicht opeengepakt en dienden lange rijen te volgen om dure drankticketjes te kopen. Een lelijke huizenrij vormde het nachtelijk panorama. Die gênante reclames van de horeca! Je snapt dat men pragmatisch gebruik maakt van de infrastructuur van Suikerrock, dat dit weekend plaats vindt, maar gedenkwaardig was anders.

In die provinciale setting speelden Gilmour en zijn negenkoppige band ruim drie uur werk van Pink Floyd en uit de vier solo-albums. De klank was subliem, en dat was een statement, want behalve een typisch rond videoscherm waren er geen visuele hoogstandjes. Die soberheid klopte volkomen met de meditatieve muziek, met het aura dat nog steeds van Pink Floyd afstraalt, met de legende.

Poëtische David Gilmour op prozaïsche marktplaats
Foto: DBA

Verteller

Gilmour liet er vanaf het begin geen twijfel over bestaan dat hij dé verteller zou zijn. In ‘5a.m.’ mijmerde hij meteen een paar lichtjaren weg, om daarna met ‘Rattle that lock’ een van de meest popgerichte momenten uit zijn loopbaan aan te zetten. We kregen er meteen de schitterende video van Alasdair & Jack bij, waarin we in animatiestijl de val van Satan uit de hemel zien.

Gilmour en zijn echtgenote Polly Samson houden van animatievideo en artistieke referenties. Op het scherm zagen we, tussen de close-ups van Gilmours gitaarspel, regelmatig een artistiek filmpje. Vooral de animatie van het jazzy ‘Girl in the yellow dress’, met 9000 handgetekende plaatjes gemodelleerd naar Toulouse-Lautrec, was een hoogstandje en deed bijna vergeten dat dit een van Gilmours minder boeiende songs is.

Het eerste deel van de avond kabbelde soms wat lang aan. ‘The Blue’ en ‘A Boat lies waiting’ kregen dan wel prachtig gitaarspel of heerlijke harmoniezang mee, het zijn geen beklijvende songs. Toen Gilmour na ruim een uur ‘Money’ inzette, sloeg het smeulende vuurtje eindelijk over naar oplaaiende passie. Er mocht wat meer van die onvoorspelbare spirit van de seventies, van die Syd Barrett-invloed, bij, vonden we.

Traag

Poëtische David Gilmour op prozaïsche marktplaats
Foto: Koen Bauters

Gilmour lijkt dat wel te weten. Hij noemde zichzelf al meermaals ‘traag’ als gitarist, en daar haalt hij geweldig veel effect uit, maar traagheid lijkt ook zijn persoonlijke ritme te zijn en live wil een publiek ook wat meer dynamiek, al is het maar om de steeds vermoeider benen wat mee te kunnen bewegen. Ook dat dient gezegd: in Tienen woog het lange staan op den duur als lood.

Het tweede deel begon echter fantastisch, met een psychedelisch pompend ‘One of these days’, een doorvoeld ‘Shine on…’ en voor de hardste fans een zompig uitgewerkt ‘Fat old sun’ (uit 1970). Dat was een band die spéélde en niet enkel uitvoerde: een belangrijk verschil. Dynamiek was ook wat ‘Comin’ back to life’ redde, al vond Gilmour het daarna hoog tijd om middels meditatieve nevels Tienen weer tot een eiland in de mist te maken.

Het ronde, met lichtspots omzoomde scherm eiste nog een hoofdrol op in ‘Run like hell’, ‘Time/Breathe’ kwam routineus over en ‘Comfortably Numb’ kon iedereen nog eens diep laten treuren bij de gedachte dat zijn auteurs, David Gilmour en Roger Waters, nooit meer samen muziek zullen schrijven. Lang na middernacht konden mensen proberen uit de ‘fishbowl’ te ontsnappen en lucht te happen.

Melancholie

Goed concert? Ja. Goeie muziek? Grotendeels. Onvergetelijk? Door het intense gitaarspel van Gilmour, de goeie band en de beste songs zullen we er graag aan terugdenken. Maar soms drukten die solo’s wat terneer, bleef de aan Sehnsucht grenzende melancholie te lang plakken. Dan keek je een beetje rond en zag je weer dat je in België was, op een horeca-vesting, op een grijze avond. Een frustrerende rem op wat een glorieuze nostalgietrip had kunnen zijn.