Millennials verliezen aan welvaart

‘We mogen ook niet doemdenken’

Slecht nieuws vandaag, op de voorpagina van onze krant. De millennials zouden weleens de eerste generatie kunnen worden die minder welvarend is dan haar ouders. Zes millennials getuigen.

Rutger Bregman (28), opiniemaker en journalist voor De Correspondent

‘We mogen ook niet doemdenken’
Foto: rr

‘Met mij persoonlijk gaat het prima: ik heb een baan, mijn stukken worden goed gelezen. Maar ik besef dat ik geluk heb gehad. Als je bijvoorbeeld pech hebt dat je niet naar de “juiste” school kon gaan, dat je de “verkeerde” opleiding hebt gekozen, dat je de “verkeerde” huidskleur hebt, dat je geen baan vindt... Werk is zeer fundamenteel geworden in onze samenleving. Ik denk dat het vandaag moeilijker is om werkloos te zijn dan dertig jaar geleden, het sociale stigma is groter. Vroeger gingen veel mensen een tijdje in de bijstand zitten om andere nuttige dingen te doen of zich op andere manieren te ontplooien. Dat wordt nu minder aanvaard. Als het tegenzit op de arbeidsmarkt, wordt het heel naar en zwaar.

Maar dat zie je net zo goed bij 50-plussers. Bij alle leeftijden zelfs. Dat generatiedenken is eigenlijk onzin, het is iets waar vooral journalisten gek op zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de verschillen binnen generaties veel groter zijn: de kloof tussen arm en rijk, tussen identiteiten. In Nederland is er nu een fiscale regeling: ouders mogen “gratis” een ton (100.000 euro, red.) schenken aan hun kinderen. Kinderen met ouders die een ton hebben, kunnen dus makkelijker een (groot) huis kopen dan de rest. Zij zullen ook meer erven als hun ouders sterven. Dat zijn verschillen door de generaties heen.

Ik denk niet dat mijn generatie het slechter heeft. Het verschil is wel dat wij niet meer zien hoe het beter kan. Als ik met mijn oma of opa praat, valt pas op wat voor enorme maatschappelijke en technologische evoluties zij hebben gezien. Voor ons is dat lastiger, omdat we al zoveel hebben. En ook wat sociale ideeën betreft is onze generatie minder gefocust op vooruitgang: het politieke debat gaat bijna uitsluitend over wat we moeten behouden. Hoe overleven we de vluchtelingencrisis, de vergrijzing... Je hoort soms zeggen dat deze generatie minder waarde zou hechten aan geld, dat ze idealistischer zou zijn. Maar daar zie ik eerlijk gezegd weinig bewijzen van.’

Yasmine Schillebeeckx (25), auteur van ‘Echte vrouwen bestaan niet’

‘We mogen ook niet doemdenken’
Foto: rr

‘Ik mag zeker niet klagen: ik heb een auto, een gsm, een goede job. Als ik mijn ouders hoor vertellen, was het toen misschien iets makkelijker om een baan te vinden. Maar bij mij is dat ook vlot gegaan. Al besef ik dat ik, met een goed diploma, niet de referentie ben voor mijn generatie.

Mijn ouders waren op mijn leeftijd al getrouwd en ze hadden al een eigen huis. Misschien ging dat toen wel iets makkelijker, maar hun prioriteiten lagen ook elders. Zelf huur ik nog een appartement en ben ik meer bezig met mijn volgende vakantiebestemming dan met een eigen huis. Ik ben ook nog niet klaar om me te settelen, misschien blijf ik zelfs niet in België.

Van mijn financiële toekomst lig ik ook niet wakker. Zolang ik weet dat ik de komende maanden een job heb en genoeg verdien, is dat oké. Al probeer ik wel genoeg te sparen. Dat deden mijn ouders ook, al hadden zij duidelijkere doelen: ze spaarden voor een huis, om hun kinderen te onderhouden... Bij mij is dat iets onduidelijker. Maar ik maak me weinig zorgen. Ik zet genoeg geld opzij. En als het echt nodig is, zijn mijn ouders nog een vangnet. Zij willen me af en toe financieel helpen, wat natuurlijk heel lief is, maar dat hoeft niet voor mij. Ik wil laten zien dat ik voor mezelf kan zorgen.’

Maurits Vande Reyde (31), voorzitter Jong VLD

‘We mogen ook niet doemdenken’
Foto: rr

‘Het zijn onzekere tijden: een cliché, maar het klopt natuurlijk. Zowel economisch als geopolitiek gaat het ons niet voor de wind. Dan is het niet abnormaal dat er wordt gevreesd voor een dalende welvaart. Maar ik vind niet dat we moeten doemdenken: in de jaren zeventig en tachtig was er ook veel economische rampspoed, maar die generaties hebben hun welvaart ook kunnen verhogen.

Al klopt het wel dat sommige zaken nu minder evident zijn dan vroeger: toen mijn ouders jong waren, konden ze makkelijker een betaalbaar huis vinden dan nu. Nu moet je al een paar tweeverdieners zijn, of toch veel gespaard hebben. Zelf hecht ik, net als veel generatiegenoten, minder belang aan rijkdom. De traditionele verwachtingen - huisje, boompje, beestje - zijn voor mij minder belangrijk, ik wil eerder investeren in persoonlijke ontwikkeling: politieke ambities, carrière. Terwijl mijn ouders het belangrijk vonden om een huis te kopen en geld opzij te zetten voor later. Jonge mensen van vandaag denken meer aan hun leven vandaag dan aan wat ze moeten sparen voor latere welvaart. De onzekerheid is er dan misschien wel, maar ook onze generatie zal wel een weg vinden om weer welvaart op te bouwen. Optimism is a moral duty, toch?

Mattias De Leeuw (27), freelance illustrator

‘We mogen ook niet doemdenken’
Foto: rr

‘Mijn ouders hadden alles sneller op een rijtje: trouwen, een gezin stichten, een huis kopen. Bij mij duurt het allemaal wat langer. Ik ben nu vijf jaar bezig als freelance illustrator, ik ben mijn weg nog aan het uitbouwen. De eerste jaren was dat financieel wat moeilijker, en ik verdien nog altijd geen duizenden euro’s. Dus ja, waarschijnlijk hadden mijn ouders op mijn leeftijd wel meer middelen. Ik ben zeker niet naïef: nu gaat het relatief goed met mijn carrière, maar dat kan keren. Ik hou een plan B in het achterhoofd, lesgeven misschien. Al zal ik altijd blijven tekenen.

Een huis kopen zonder financiële steun van je ouders, dat is vandaag niet evident. Zelf heb ik die steun niet - wat ik geen punt vind - en ik merk dat het, zeker als zelfstandige, niet makkelijk zal zijn. Op dit moment denk ik daar niet te veel over na, ik leef veeleer in het nu.

Ook voor mijn pensioen zal ik grotendeels zelf moeten instaan. Nu kan ik leven zoals ik wil, maar ik denk toch ook af en toe aan de toekomst. Daarom doe ik al een hele tijd aan pensioensparen. En ik heb samen met mijn vriend een chalet in de Ardennen gekocht, die we verhuren. Toch al een eigen huisje dus!’

Anaïs Verbeke (25), verpleegkundige

‘We mogen ook niet doemdenken’
Foto: rr

‘Ik denk dat vooral jongeren zonder diploma’s, of met diploma’s met minder mogelijkheden het moeilijker zullen hebben. Zelf heb ik genoeg werkzekerheid en dat is mooi meegenomen. Maar ik vind het vooral belangrijk dat ik mijn job graag doe. Misschien doe ik over tien jaar wel iets helemaal anders.

Ik heb net een huis gekocht, wat natuurlijk een goede investering is. En ik wil ook genoeg sparen, zodat ik later kan genieten van mijn pensioen. Misschien zal onze generatie later wat soberder moeten leven. Heel wat dingen zijn voor ons evident: elk jaar op reis gaan, kopen wat je wilt... We zijn daarmee opgegroeid. Voor onze ouders was dat minder vanzelfsprekend. Waardoor het voor ons natuurlijk een grotere shock zal zijn, als we het ineens met minder moeten doen.

Maar ik ben redelijk optimistisch. Ik ben er ook van overtuigd dat wij onze kinderen alles zullen kunnen geven wat ze nodig hebben. Misschien wordt het allemaal wat minder exuberant, maar het lukt wel.’

Maaike Van Liefde (29), leerkracht Duits en Engels

‘We mogen ook niet doemdenken’
Foto: rr

‘Wij worden vaak de “verwende generatie” genoemd: we hebben van kindsaf veel comfort gezien en gekend. Maar of we nu echt armer zijn dan onze ouders? Dat voel ik persoonlijk niet. Toen mijn ouders even oud waren als ik nu, hadden ze wel al een huis gekocht, terwijl ik huur. Maar toen was er ook veel meer druk om dat snel te doen. “Huren is weggegooid geld”, zeiden hun ouders. Onzin natuurlijk. Zelf huur ik. Soms denk ik wel: het wordt tijd om eens te investeren in een huis, maar dan wil ik toch eerst nog die verre reis maken. Bij mijn vrienden zie ik twee trends: één groep koopt een huis, sticht een gezin, kiest voor zekerheid. En een andere groep huurt een huis of appartement en gaat voor vrijheid.

Als startende leerkracht heb ik wel een onzekere job, daar kan ik soms van wakker liggen. Het afgelopen schooljaar heb ik een aantal interimjobs gehad en nu is er weer die onzekerheid: tot kerst heb ik een opdracht, voor daarna is het afwachten. Daar mag ik niet te veel bij stilstaan, anders begin ik te flippen. Maar iets in me zegt dat er toch wel weer iets uit de bus komt.’