Bourgeois: 'Ook naziregime zette professoren af'
Geert Bourgeois Foto: blg

In een democratische rechtstaat kan men niet zomaar rechters en professoren ontslaan. Dat heeft Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) aan Radio 1 gezegd in een reactie op de gebeurtenissen in Turkije. Eerder vandaag kreeg Bourgeois het al aan de stok met een Turkse ambassademedewerker, die stelde dat de Vlaamse regering 'terroristen' van de Gülen-beweging steunt. 'Volstrekt onaanvaardbaar’, aldus de minister-president.

In het Radio 1-programma 'De Wereld Vandaag' sprak Bourgeois van een 'bangelijke evolutie' in Turkije. 'Dit is angstwekkend en ik vind dat er geen plaats is in de Europese Unie voor een land dat die weg opgaat. We moeten echt wel duidelijk maken dat dit niet conform is onze opvattingen en dat dit er niet toe kan leiden dat Turkije lid wordt van de Europese Unie.'

'Ik weet dat het naziregime op een bepaald moment magistraten en professoren afgezet heeft', ging Bourgeois nog een stap verder. 'Het eerste wat het gedaan heeft toen men Polen binnenviel, is professoren afzetten. Ik zeg niet dat Turkije een naziregime is, maar het zijn praktijken die niet thuishoren in een democratie.'

'Een uitvoerende macht die intervenieert in de rechterlijke macht, dat betekent dat je de scheiding der machten opheft', aldus Bourgeois nog. 'Dat is de waarborg voor ons allemaal om tegen de overheid beschermd te zijn, om onze mening te kunnen uiten of om te procederen tegen de overheid en in te gaan tegen wat die overheid zegt of doet.'

Turkse ambassadeur op het matje geroepen

Een woordvoerder van de Turkse ambassade, Veysel Filiz, riep de Vlaamse regering eerder vandaag in Gazet van Antwerpen op om de Gülen-beweging te onderzoeken. Volgens de Turkse regering zit die beweging achter de mislukte staatsgreep.

Filiz noemde de aanhangers van de Gülen-beweging terroristen zoals IS en de PKK en verklaarde dat de organisatie goede banden heeft met de Vlaamse regering en minister-president Geert Bourgeois. ‘Wie die steunt, steunt rechtstreeks het terrorisme.'.

De uitspraken van de ambassademedewerker schoten bij de minister-president in het verkeerde keelgat. Bourgeois wees erop dat diplomaten zich volgens het verdrag van Wenen uit 1961 afzijdig moeten houden van binnenlandse aangelegenheden.

‘Het is daarom volstrekt onaanvaardbaar dat een ambassademedewerker de Vlaamse regering en de minister-president de les spelt’, stelt hij. De minister-president zal de Turkse ambassadeur op het matje roepen en benadrukt dat hier de Belgische wetten en principes van de rechtsstaat gelden.

‘Beschuldigingen dat de Vlaamse regering terroristische organisaties zou steunen neem ik niet’, aldus Bourgeois nog. ‘Dit is te gek voor woorden. Als iemand bewijzen heeft van onwettige daden, kan hij een klacht indienen bij het onafhankelijke gerecht.’

Bourgeois herhaalde daarbij zijn oproep om de Turkse spanningen niet te importeren naar ons land.