Jongeren voor het eerst armer dan hun ouders
Foto: AFP

Wat velen vreesden, is nu zwart op wit becijferd. Voor het eerst lopen jongeren het risico om minder welvarend te zijn dan hun ouders. Veel millennials zullen een lagere levens­standaard opbouwen dan de voorgaande generaties.

Er bestaat geen garantie meer dat kinderen het in hun latere leven automatisch beter zullen hebben dan hun ouders en dat de jongere generaties een hogere levenstandaard zullen opbouwen dan de generaties die hen voorgingen. Dat blijkt uit internationaal inkomensonderzoek door het consultancybedrijf McKinsey.

Uit het rapport ‘Poorer than their parents?’ – Armer dan hun ouders? – blijkt dat in de periode tussen 2005 en 2014 zo’n 540 à 580 miljoen inwoners uit 25 industrielanden, goed voor 65 à 70 procent van alle gezinnen, hun beschikbare inkomen hebben zien stagneren of zelfs licht dalen. De boosdoener is de bankencrisis van 2008 en de impact daarvan op de economische conjunctuur, de ontwikkeling van de werkgelegenheid (en werkloosheid) en de evolutie van de lonen.

De grootste ravage vond plaats in Italië, waar 97 procent van de bevolking armer uit de crisis is gekomen. In de Verenigde Staten gaat het om 81 procent en in het Verenigd Koninkrijk en Nederland om 70 procent. Het rapport bevat geen aparte Belgische cijfers, al werden de Belgische data wel verwerkt in de globale statistieken.

Weinig beterschap

McKinsey voorspelt weinig beterschap voor de komende jaren. Integendeel, zelfs bij een herstel van de economische conjunctuur dreigt voor 30 tot 40 procent van de bevolking een stagnerende levensstandaard. ‘De meeste mensen die opgroeiden in ontwikkelde economieën na de Tweede Wereldoorlog konden ervan uitgaan dat ze het beter zouden hebben dan hun ouders’, zegt McKinsey-onderzoeker Richard Dobbs. ‘Dat is voorbij. Het economische herstel gaat zo traag dat de effecten op de inkomens van de gezinnen op langere termijn blijvend zijn, zeker nog tot 2025.’

Vooral de jongste generaties betalen de prijs. Door een combinatie van hoge jeugdwerkloosheid, de opmars van tijdelijke (en minder goed betaalde) jobs en de afbouw van banen voor middengeschoolden zijn hun kansen op een carrière en bijbehorende inkomensstijging fel gehypothekeerd.