Belastingaangifte te laat ingediend: wat nu?
Ook als u te laat bent met het indienen van de belastingaangifte, zijn er nog enkele opties om het goed te maken. Foto: Photo News

Uw belastingaangifte moest ten laatste op 13 juli binnen zijn. Gisteren dus. Maar wat als u toch te laat bent? We overlopen de gevolgen, en wat de mogelijkheden zijn om de schade tot een minimum te beperken.

Te laat zijn met uw belastingaangifte hoeft geen ramp te zijn, maar weet alvast dit: niets doen is geen optie: dan riskeert u dat de fiscus voor u de rekening maakt, of kan u zelfs een forse boete verwachten.

  • Uw boekhouder brengt redding

De enige manier om nu alsnog alles volledig in orde te brengen, is beroep doen op een erkend boekhouder. Als u uw aangifte laat invullen door een boekhouder, krijgt u nog de tijd tot 26 oktober. U hebt dus de extra rompslomp van de zoektocht naar een boekhouder, en de meerkost. Deze professionals werken immers niet gratis. Voor wie positief ingesteld is: een goede boekhouder kan u mogelijk nog op een paar aftrekposten wijzen die u zelf over het hoofd zou zien.

  • 2. U kunt toch nog zelf indienen

Ziet u het niet zitten om een boekhouder in te schakelen, dan kunt u nog steeds zelf uw aangifte invullen en zo snel mogelijk indienen. U bent dan weliswaar te laat, en in principe is uw aangifte niet geldig. De voorbije jaren werd in de praktijk de aangifte wel nog vaak in behandeling genomen. Maar de fiscus kan u een boete opleggen of een belastingverhoging aanrekenen. U bent dus afhankelijk van de goodwill van de fiscus.

Sowieso heeft de belastingcontroleur bij te laat indienen wel een veel langere termijn om de zaak te behandelen. De definitieve aanslag moet pas gevestigd worden op 31 december van het derde jaar volgend op het inkomstenjaar, in plaats van 30 juni in het tweede jaar’. Dat betekent dat de fiscus dus tot eind 2019 in plaats van midden 2018 de tijd krijgt om de aangifte te behandelen, en dat ook een terugbetaling op zich laat wachten.

  • 3. U kunt uiteraard ook niets doen

Voor de duidelijkheid: dit is écht geen goed idee. Kijkt u de kat uit de boom, dan zal de fiscus u namelijk later dit jaar automatisch een herinneringsbrief toesturen. U kunt dan alsnog een boekhouder inschakelen of zelf alles invullen. Wat u dan de facto toch weer bij een van voorgaande opties brengt. Maar als u ook dan geen stappen onderneemt, kijkt u aan tegen een administratieve boete van 50  euro voor een eerste inbreuk.

Niet onder de indruk van die boete? Weet dat u dan ook een  ‘aanslag van ambtswege’ ontvangt. En dat zal in geen geval voordelig zijn. In dit geval bepaalt de fiscus immers zelf uw belastbaar inkomen over 2016. Hij gaat daarbij af op de beschikbare gegevens, en van enige vorm van fiscale optimalisatie zal geen sprake zijn. Kloppen deze gegevens volgens u niet, dan moet u zelf het tegendeel bewijzen. Daarbij komt dat als u geen aangifte meer indient, de belastingdienst er van uitgaat dat u belastingen ontduikt. Dit kan leiden tot het opheffen van het bankgeheim. Als uiteindelijk blijkt dat u een terugbetaling krijgt, krijgt u die pas veel later.

We herhalen het nog eens: niets indienen is dus een heel slecht idee.

Niet voor herhaling vatbaar

Hoe dan ook: u kunt er maar beter geen gewoonte van maken om geen aangifte in te dienen. Voor wie hardnekkig weigert een aangifte in te dienen, heeft de fiscus veel minder geduld. Hebt u ook al in 2016 helemaal geen aangifte ingediend, dan riskeert u een boete tot 1.250 euro, en kijkt u nog aan tegen een belastingverhoging van 10 tot 200 procent, afhankelijk van hoeveel keer u uw aangifte eerderal genegeerd hebt. Overigens: de belastingverhoging wordt berekend op de niet aangegeven inkomsten. Zelfs wie normaliter geld terugkrijgt van de belastingen kan zo dus toch een stevig bedrag moeten ophoesten.

Minder 'vergeetachtigen'

Een magere troost: vorig jaar werden er 71.961 boetes opgelegd voor het te laat indienen van de aangifte. Het goede nieuws is dat dat aantal afneemt: een jaar eerder waren dat er nog eens zo'n 15.000 meer. Dat betekent dus dat minder dan 3 procent van de Belgen helemaal geen actie heeft ondernomen.  In het aanslagjaar 2010 was dat nog 4,8 procent. Het aantal 'vergeetachtigen' neemt dus af.