‘Commerciële prioriteiten gaan niet boven fundamentele rechten als leven en gezondheid’
Foto: AFP

Het Zuid-Amerikaanse land Uruguay heeft een proces gewonnen tegen de tabaksfabrikant Philip Morris. Philip Morris had voor een internationaal abitragehof een schadevergoeding van 25 miljoen dollar geëist omdat het verlies had geleden door de strengere tabakswetten in het land.

In 2006 had Uruguay, als vijfde land ter wereld, een rookverbod in publieke ruimtes uitgevaardigd. Ook voerde het land de verplichting in om grote gezondheidswaarschuwing op de sigarretenpakjes te laten plaatsen. Daarnaast kregen fabrikanten nog het verbod om verschillende submerken op de markt te brengen. President Tabaré Vazquez, die ook oncoloog is, wilde op die manier iets doen aan het hoge aantal kankergevallen in zijn land.

Maar vier jaar later trok Philip Morris naar het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), een arbitragehof dat onder de hoede van de Wereldbank valt. De Zwitsers-Amerikaanse multinational klaagde aan dat de gezondheidswaarschuwingen en het verbod op submerken inbreuken vormden op een investeringsverdrag dat Zwitserland en Uruguay onderling hadden afgesloten. De tabaksfabrikant eiste dan ook een vergoeding van 25 miljoen dollar voor het geleden verlies.

Het hof oordeelde evenwel in het voordeel van het Latijns-Amerikaanse land. ‘De klachten van het tabaksbedrijf werden verworpen’, zo deelde de president mee. ‘Commerciële prioriteiten kunnen niet boven fundamentele rechten zoals leven en gezondheid worden geplaatst.’

Philip Morris heeft zijn nederlaag intussen ook toegegeven. Het bedrijf zegt de beslissing te zullen respecteren. ‘We hebben de wetgeving altijd nageleefd, dus deze beslissing zal niets aan de huidige toestand veranderen’, zegt Marc Firestone, vicevoorzitter van Philip Morris International.