Wel meer lezers ergeren zich aan de manier waarop bericht wordt over wetenschappelijke studies, alsof één onderzoek een discussie finaal kan beslechten. De krant biedt nadien wel degelijk meer context, schrijft Tom Naegels, maar het kan nog beter.

Het is vaste prik. Telkens als een onderzoeker een studie publiceert over een maatschappelijk gevoelig onderwerp, dan wordt zijn methodologie in vraag gesteld. En journalisten worden gegispt, omdat die daar niet kritisch genoeg mee zijn omgegaan. Dat was niet anders bij het artikel ‘Twee op drie moslims stellen Koran boven wet’ (DS 8 juni), een interview met onderzoeker Ruud Koopmans, dat al begin juni verscheen, maar waarover ik nog altijd klachten ontvang.

Een aantal lezers vroeg me waarom De Standaard aandacht had besteed aan een studie die al in 2013 gepubliceerd was en waarvan de data al in 2008 verzameld werden. Om eerlijk te zijn, ik heb ze zelf als suggestie doorgestuurd aan Ruben Mooijman, correspondent ‘Moslims in België’. Ik kende ze omdat ze vaak geciteerd wordt in anti-islamitische kringen, ik zag dat Vlaams Belang ze nu gebruikte in zijn verkiezingspropaganda, en ik merkte in het archief dat De Standaard er nog nooit over geschreven had. Dus ja, het is een al iets oudere studie, maar ze wordt vaak aangehaald om een politieke positionering te ondersteunen, dus lijkt het me belangrijk dat lezers van De Standaard erover geïnformeerd worden.

Tegenspraak

En het klopt – de belangrijkste kritiek op de methodologie – dat Koopmans een eenvoudige vragenlijst gebruikt heeft die geen nuancering toelaat. Maar veel surveys doen dat. Tal van cijfers die in de media geciteerd worden, zijn op die manier verzameld. Eén op de vijf Belgen wil geen schoonzoon of -dochter met een andere huidskleur (DS 21 maart). 71 procent van de Vlamingen heeft vertrouwen in Charles Michel (DS 15 maart). Eén op de vijf Vlamingen gelooft niet in klimaatopwarming door de mens (DS 26 november 2015). Zeven op de tien Vlamingen vinden vakbond nodig (DS 15 april). Telkens kun je denken: ‘Goh ja, misschien als ze dat hadden kunnen uitleggen over die huidskleur...’

Ik heb wel begrip voor lezers die de studie graag breder gekaderd hadden willen zien. Dat echoot een kritiek die ik vaker behandeld heb: wetenschappelijk geschoolde lezers ergeren zich aan de gewoonte om individuele studies te presenteren als definitieve waarheid (‘dat blijkt uit onderzoek’), alsof er in de wetenschap geen tegenspraak bestaat. Waarom geef je niet meer context en relativering? Voeg een link toe online, leg de methodologie beter uit, betrek er andere studies bij waar je nota bene zelf in eerdere artikels over geschreven hebt. Die studie waarover de krant berichtte op de voorpagina van 2 juni , ‘Vrouwen doen het zichzelf aan’ – die ondervroeg maar 23 vrouwen, tien autochtone en dertien Turks-Vlaamse. Is dat wel genoeg? Bij de stukken over de Global Drug Survey (DS 14 en 15 juni ) stond in een klein methodologisch kadertje: ‘De resultaten zeggen niets over het drugsgebruik van dé Belg. Dat komt omdat deze enquête verhoudingsgewijs veel meer druggebruikers heeft aangetrokken.’ Goed dat dat erbij staat, maar is het dan nog wel correct om op de voorpagina te koppen: ‘Belg blijft blind voor eigen drankmisbruik’? En om terug te keren naar de moslims: als je op 1 juni onderzoeker 1 (Esposito) aan het woord laat over de opvattingen van moslims wereldwijd, en op 8 juni onderzoeker 2 (Koopmans), kun je die dan niet samen nemen in één artikel dat die studies als vertrekpunt neemt, en niet als eindpunt? En wat met de studie van de Koning Boudewijnstichting uit 2015, waar nog een andere lezer me op wees, waaruit bleek dat 80 procent van de Marokkaanse en Turkse Belgen de democratie de beste bestuursvorm vindt, en bijna 70 procent de scheiding van religie en staat steunt? Hoe rijm je dat met de 70 procent die volgens Koopmans de Koran boven de wet stelt?

Stukken en brokken

Om fair te zijn: de krant kadert ook wel breder, maar ze doet dat in opvolgartikels.

Na het interview met Koopmans verscheen er een met Patrick Loobuyck, die een en ander relativeerde (‘Ja, er is een probleem met wat sommige moslims denken’, dS Avond 8 juni), en een opiniestuk van collega-onderzoekers Nadia Fadil en Mieke Groeninck (‘In de praktijk werkt samenleven wel’, DS 9 juni).

Na het voorpaginastuk over ‘de vrouwen doen het zichzelf aan’, verschenen er eveneens opiniestukken. Het nadeel is dat lezers hun informatie in stukken en brokken krijgen, volgens de methode van these en antithese, waar niet altijd een synthese op volgt. En journalistiek werk wordt nu naar de opiniepagina’s verwezen, wat daar niet de plaats voor is.

Anderzijds is het ook niet altijd eenvoudig om verschillende onderzoeken met elkaar te vergelijken, precies omdat ze een andere methodologie gebruiken. En er is het gevaar dat een krantenartikel erg technisch gaat klinken, alleen begrijpelijk voor wie zélf aan onderzoek doet. Ik ken weinig kranten die op een dergelijke complete manier berichten over studies (tot grote frustratie van wetenschappers wereldwijd). Maar ik vind wel dat we het zouden kunnen proberen.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)