Als u Tate Modern bezoekt, moet u voortaan kiezen tussen The boiler house of The switch house. Het ­eerste is het oorspronkelijke museum, sinds 2000 gevestigd in een voormalige krachtcentrale op de Londense Bankside.

Het tweede is een nieuwe vleugel: een tien verdiepingen tellende nieuwbouw van de Zwitserse architecten Herzog & De Meuron, die ook al de ­renovatie van Tate Modern voor hun rekening namen.

De uitbreiding rijst met zijn 64 meter boven het bestaande gebouw uit; telt tien verdiepingen, en biedt ruwweg 20.000 extra vierkante ruimte die vooral performancekunst een betere omgeving moeten schenken.

Raamstrepen

Net als het oude gebouw is de uitbreiding opgetrokken in baksteen. Alleen is het uitgewerkt als een geperforeerd stenenraster, waar ’s avonds het licht door schijnt. Het heeft smalle raamstrepen, die het volume van horizontale lijnen voorziet.

Het nieuwe project kostte 260 miljoen pond en opent vier jaar na de geplande datum. De aansluiting met het oude gebouw, rond de centrale Turbinehal waar nu een dode boom met samengepuzzelde takken van Ai Weiwei staat, is perfect. De twee Tates vormen één museum, maar ze hebben wel elk een andere sfeer.