In de vergelijking van de verloning van een ambtenaar met die van een werknemer uit de privé is inderdaad een fout gemaakt, schrijft Tom Naegels. Het leek ook alsof het plots minder over cipiers of treinpersoneel ging.

Een beetje pesterig klonk het wel. ‘Als u dit weekend slaande ruzie wil op een familiefeest, bewijs uw gelijk met deze cijfers’, schreef hoofdredacteur Karel Verhoeven afgelopen vrijdag in de ‘Blikopener’, zijn selectie van de beste artikels van de week (DS online 4 juni).

Ruzie was het, of toch op zijn minst in mijn mailbox. De Standaard had zich immers in een mijnenveld begeven door het loon van een ambtenaar te willen vergelijken met dat van een werknemer in de privé. (‘Leeft de ambtenaar “boven zijn stand”?’ en ‘Waarom de ambtenaar (geen) reden tot staken heeft’, DS 31 mei) Uit die ‘provocatieve steekproef’ bleek dat zeker Vlaamse ambtenaren geen reden tot klagen hebben: hun loon ligt bijna 170 euro hoger dan dat van hun collega’s in de privé (1.970 vs. 1.805 euro).

Alleen: was dat wel zo? Veel ambtenaren, lezers van de krant, lieten boos weten dat dat hoge bedrag nergens op sloeg. ‘Een B1 met 5 jaar anciënniteit verdient 1.660 euro, een pak minder dan wat u in uw artikel beweert’, aldus een beleidsmedewerker bij de Vlaamse administratie. Een andere: ‘Zelfs in de hoogste salarisschaal van dit niveau kom je als ambtenaar nog niet aan 1.970 euro.’ Een lezeres die samen met haar collega’s ‘verbolgen’ was: ‘Gedurende onze loopbaan zullen we dit salaris pas na 20 jaar anciënniteit hebben. Wie heeft deze cijfers nagetrokken?’ ‘U speelt in de kaart van alle politici die de ambtenarij willen wegwerken’, verwoordde iemand de onderliggende vrees. En nog één: ‘Dit is populisme.’

De werkwijze

Veel ellende was vermeden geweest als de krant meteen had gedaan wat ze, nadat de klachten waren beginnen binnenstromen, online gedaan heeft: de berekeningswijze uitleggen in een kaderstukje (‘Werkwijze steekproef’, DS online 31 mei). Daaruit bleek immers dat de redacteur gebruik had gemaakt van dezelfde Vlaamse salarissimulator als de verbolgen lezers, alleen had hij andere parameters ingegeven. Voor een ambtenaar met een bachelordiploma, met vijf jaar anciënniteit, die samenleeft met een partner zonder inkomen en twee kinderen ten laste heeft, is het nettoloon wel degelijk 1.967,95 euro (afgerond 1.970). De 1.660 waarover andere lezers spraken, is het loon van een alleenstaande zonder kinderen. Het kaderstuk brengt ook duidelijkheid over hoe het aantal werkdagen berekend werd (waar ook enkele klachten over kwamen). Daarvoor werden niet alleen de vakantiedagen in rekening gebracht, maar ook ziekte, bevallingsrust of educatief verlof. Dat is ongebruikelijk, je kunt niet verwachten dat lezers daar spontaan aan denken.

Maar zelfs met de verduidelijking bleef er een probleem. De redacteur heeft, bij het opstellen van het profiel van de fictieve ambtenaar, ervoor gekozen om diens partner zonder inkomen te zetten. Dat lijkt me om te beginnen geen vaak voorkomende situatie, en het maakt ook een groot loonverschil: als enige kostwinner verdient die ambtenaar liefst 240 euro meer dan als hij een partner mét inkomen heeft. Bovendien ging het socialedienstenbedrijf SD Worx, dat de berekening voor de privésector gedaan heeft, wél uit van een werknemer met een werkende partner. De twee lonen zijn dus niet vergelijkbaar. In plaats van 1.970 euro had er bij de ambtenaar 1.727 euro moeten staan. En omdat het belang heeft voor de rivaliteit tussen overheid en privé die door dit artikel werd aangewakkerd: dat is minder dan wat de collega in de privé verdient.

‘Het was inderdaad een inschattingsfout om “partner zonder inkomen” aan te vinken’, zegt Johan Rasking, de redacteur die het stuk schreef. ‘De afkeurende reacties daarop zijn legitiem. Ik wil wel benadrukken dat we ambtenaren niet hebben willen beschadigen. In het artikel komen in de vergelijking publiek-privé allerlei nuances aan bod, zoals over het pensioen en de werkdruk, die dat bewijzen.’

Onterechte projectie

Wie het artikel helemaal leest, begrijpt inderdaad wel dat de vrees om politici in de kaart te spelen die de overheidsdiensten willen doen krimpen, onterechte projectie van die ambtenaren is. Wel denk ik dat er, door een combinatie van titelkeuze, vormgeving van de grafiek, de fout in de loonberekening en de heftige reactie van de lezers, onduidelijkheid is ontstaan over de kernboodschap van het artikel. De aanleiding, niet vergeten, was de staking van de cipiers en het treinpersoneel. Het artikel wilde hun lonen vergelijken met die van drie testgroepen: Vlaamse ambtenaren, leraars en werknemers in de privé. Conclusie: de stakers verdienen minder, maar ze presteren ook minder werkdagen. Aan de lezer de keuze of hij vindt dat deze staking gerechtvaardigd is.

Door evenwel in de titel te vragen of ‘ambtenaren’ boven hun stand leven, door te schrijven over de eisen van ‘de ambtenarenbonden’ en door ambtenaren en leraars centraal in de grafiek te plaatsen, leek dit stuk uit te draaien op een vergelijking, niet tussen stakers en niet-stakers, maar tussen alle vier de overheidsdiensten enerzijds, en de privé anderzijds. Dat de Vlaamse ambtenaren foutief het hoogste loon toegewezen werd, trok dan ook nog eens alle aandacht. Waardoor het antwoord op de vraag ‘hebben ambtenaren reden om te staken?’ vanzelfsprekend leek te moeten luiden: ‘Natuurlijk niet, ze verdienen het meest van iedereen!’

Maar om die ambtenaren ging het eigenlijk niet.