Wie zijn ze, wat drijft hen?
Tom Naegels

Zelfs al hebben de stakers rationeel gezien ongelijk, dan nog moet de krant beter proberen uit te leggen waarom ze doen wat ze doen, vindt Tom Naegels.

‘Zoveel eenzijdigheid bestond vroeger toch minder.’ Ook historica Gita Deneckere ervoer in ‘Het verhaal’ gisteren (‘Hervormen gaat van au!’, DS 1 juni) de berichtgeving over de stakingen in de Belgische pers als negatief bevooroordeeld.

Twee weken geleden behandelde ik daar al eens een klacht over (‘Krijgen de vakbonden genoeg ruimte?’, DS 19 mei). Ik kwam toen tot de conclusie dat vakbonden en werkgevers tijdens de twee laatste grote stakingen van dit jaar min of meer even vaak aan het woord gekomen zijn. Maar ik ben erover blijven nadenken, en ik denk dat die telling niet genoeg zegt. In veel gevallen ging het daar immers om een neutrale melding van het feit van de dag, een nieuwe stap in de onderhandelingen bijvoorbeeld. Kijk je breder, naar de algemene teneur, dan is de visie van de stakers zelf inderdaad onderbelicht gebleven.

Om te beginnen is het duidelijk dat De Standaard zelf – als de krant zich in het redactioneel commentaar uitspreekt over een staking die op dat moment in het nieuws is – al heel lang negatief oordeelt over stakingen als actiemiddel. Je moet al teruggaan tot in 2014 voor er nog eens een commentaar verschijnt waaruit enig begrip spreekt, en dan nog. Zeker de laatste maanden is de krant scherp: ‘De heetgebakerde actievoerders slaan een weg zonder ommekeer in’ (DS 28 mei), ‘de verbijsterende hardnekkigheid waarmee de cipiers hun heil zoeken in het verleden’ (DS 27 mei), ‘een dramatisch geval van stuiptrekkend syndicalisme’ (DS 19 mei), ‘niet te verantwoorden’ (DS 12 mei), ‘er moet nog enig verband tussen algemeen en particulier belang overblijven’ (DS 13 april), ‘de grootste strategische blunder ooit van de organiserende vakbonden’(DS 6 januari), ‘door onbesuisd voor de escalatie te kiezen, verlaat het vakbondsfront het pad van de redelijkheid’ (DS 11 december 2015).

Als de krant analyses publiceert waarin de argumenten van de stakers worden gewogen, dan draaien die negatief uit. Neen, het loon daalt niet. Neen, de koopkracht daalt niet. En België heeft nog altijd de laagste effectieve pensioenleeftijd van Europa. (‘De grieven van de bonden gefileerd’, DS 25 mei) Ook op de opiniepagina’s domineren de negatieve geluiden.

Vergelijk het met Trump-stemmers

Nu is dat op zich geen probleem. Als je een staking ziet als een rationeel conflict, waarbij twee institutionele machten – de regering en de vakbonden – heftig met elkaar botsen over een politiek twistpunt, dan is het de taak van een krant om klaarheid te scheppen in de argumenten waarmee die de publieke opinie aan hun kant proberen te krijgen. En als een van de twee ongelijk heeft, dan moet de krant dat schrijven.

Alleen is een staking meer dan een rationeel politiek conflict. Een grote groep mensen stelt gedrag dat de normale gang van zaken verstoort, gedrag dat irriteert en dat onredelijk lijkt. Zelfs nadat de pers rationeel heeft vastgesteld dat het geen zin heeft om daarmee door te gaan, doen die mensen dat toch. Dat vraagt dan om een ander soort verklaring. Vergelijk het met de Amerikanen die voor Donald Trump stemmen. Je kunt vaststellen dat de voorstellen die Trump doet, onhaalbaar en onwenselijk zijn. Je kunt dat een tweede keer vaststellen. Maar mensen blijven voor hem stemmen. Zelfs al hebben ze rationeel ongelijk, als lezer wil ik dan wel dat mijn krant mij laat begrijpen waarom ze dat desondanks doen.

Er zijn de laatste maanden erg weinig artikels verschenen waarin de stakers zélf aan het woord kwamen. De vakbond wel, maar niet de stakers. Gisteren was er één, met korte quotes van meerdere betogers die in één zin werden geduid (‘Vlaamse en Waalse betogers delen zelfde zorgen’, DS 1 juni), enkele dagen voordien ging de krant naar een stakingspost aan de gevangenis van Vorst (‘Hoe langer ze buiten staan, hoe moeilijker je ze weer binnen krijgt’, DS 28 mei). Op 11 mei verscheen er een interview met een cipier (‘Tuberculose en schurft zijn hier normale ziektes geworden’) maar dan moeten we al helemaal terug naar 9 januari, toen Filip Rogiers voor dS Weekblad drie weken op pad is gegaan met spoormannen (‘Terminus Waterloo’ ).

Ik vind dat weinig, gezien de kloof die overbrugd moet worden. Vlaamse middenklassers, het kernpubliek van deze krant, hebben sowieso erg weinig voeling met het leven van Waalse arbeiders. De hinder die ze ondervinden van de stakingen, versterkt die vervreemding. En je kunt zeggen: waarom op zoek gaan naar bronnen bij de stakers zelf, de vakbond praat toch voor hen? Maar dat is net het punt: de krant heeft al herhaaldelijk geschreven dat de vakbond de eigen achterban niet meer in de hand heeft. Deze week kwam het zelfs tot een openlijke breuk tussen vakbond en stakende cipiers. Dus voert de woordvoerder het woord niet meer. En dan verwacht ik dat de krant op zoek gaat naar andere. Niet om hen gelijk te geven, maar om hun koppig volgehouden ongelijk voor mij begrijpelijk te maken.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)