Onder de minstens tien dodelijke slachtoffers bij de aanval van de militante islamistische organisatie al-Shabaab op het Hotel Ambassador in de Somalische hoofdstad Mogadishu zijn er ook twee parlementsleden, zo heeft nieuwszender al-Jazeera woensdag gemeld.

In Mogadishu hebben militanten van de terreurbeweging Al-Shabaab woensdagavond een autobom laten ontploffen aan het Ambassador Hotel, dat ze daarna ook nog onder vuur namen. 

Om 19.00 uur Belgische tijd vertelden de autoriteiten aan de zender met zetel in Qatar dat speciale troepen de controle over het hotel hadden heroverd en talrijke mensen hadden gered. Maar ooggetuigen weerlegden dit en zeiden dat er nog steeds gevechten waren.

Volgens de Britse openbare omroep BBC was de explosie van de autobom één van de hevigste die de stad ooit heeft getroffen en zijn de verwoestingen erg. Er zijn ook berichten over veertig gewonden.

Ooggetuigen filmden en fotografeerden woensdagavond een gigantische stofwolk die volgde op een explosie in de Somalische hoofdstad Mogadishu, aan het KM4-kruispunt waar vooral hotels liggen. Vlak daarna werden naar verluidt schoten gehoord.

Terreurbeweging Al-Shabaab neemt de verantwoordelijkheid op voor de aanval. Al-Shabaab liet eerst een autobom ontploffen en bestookte daarna een hotel vlakbij met geweerschoten. De politie van Mogadishu erkent dat er klaarbijkelijk strijders in het hotel zijn. 

'Er zijn al zeker 12 doden gevallen', klinkt het bij verschillende correspondenten ter plaatse. 

Het Ambassador Hotel is vooral geliefd bij politici en hooggeplaatste diplomaten en daardoor gekend onder de Somalische bevolking. 

Bezoek van Erdogan

Over twee dagen staat een bezoek van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan gepland. Ook in januari 2015 pleegde Al-Shabaab twee dagen voor het bezoek van Erdogan een aanslag in de Somalische hoofdstad. Bij de dodelijke slachtoffers waren toen parlementslid Omar Ali Nur en de viceburgemeester van Mogadishu, Mohamed Adam Gulled Aano-geel.

Somalië bestrijdt al-Shabaab al bijna een decennium. Onder druk van Somalische troepen en soldaten van de Afrikaanse Unie verloor de groep de controle of bijna alle grote steden en zocht de militie haar heil bij terreurtactieken.