OVERZICHT. Het plichtwerk van de Koningin Elisabethwedstrijd
Foto: pn
Slecht nieuws voor wie niet van hedendaags klassiek houdt: nu er in de finale van de Elisabethwedstrijd geen sonate meer gespeeld hoeft, krijgt het opgelegde werk extra gewicht. Al is ‘gewicht’ niet echt het woord dat op deze muziek van toepassing is. Proefstuk van dit jaar is een idealistisch gedachte-experiment van de Belgische componist Claude Ledoux. A Butterfly’s Dream reflecteert op een passage uit het filosofische hoofdwerk van de Chinese wijsgeer Zhuang Zi: droomde de meester dat hij een vlinder was, of is hij een vlinder die droomt dat hij de meester is? Anders gezegd: is de wereld een droom, of dromen we de wereld? Wie erover piekert, loopt een reëel risico op oververhitting. Luisteren dan maar. Het plichtwerk van de wedstrijd in zes stappen.
  1. Het vlindervisioen

    Claude Ledoux opent zijn atmosferische partituur met zachtjes aanzwellende violen, waarop de pianist – één vinger in de klankkast – een dorre toets aanslaat. Daarop volgt een betoverende stuifwolk van hoge nootjes, die als een frislichte sluier over het orkest hangt. Als het de bedoeling is om de piano te doen vlinderen, zal de solist gewiekst moeten omspringen met decibeldosering: wie boven de lome houtblazers uitsteekt, maakt de mooiste vlucht.
     
  2. De roescadens

    Na een eerste climax kruipt de muziek weg in stilte, waarna de pianist een eerste cadens op het menu krijgt. Wat begint met bezwerende tintelingen in de opperste regionen van het klavier, draait uit op jazzy jeukbewegingen en later op repetitieve doezelmuziek. De pianist die slim omspringt met pedaal en vingergewicht kan hier het verschil maken.
     
  3. De windklokjes

    Een ultrakorte passage, die verraadt dat Ledoux zijn inspiratie haalde uit het Oosten. Na het neerleggen van de eerste cadens speelt de pianist windklokjesachtige klepelklanken, waaronder de violen een Chinees miauwende melodie kwelen. Fragiel en ogenschijnlijk gewichtloos: zo willen we de toetsen horen aanslaan.
     
  4. De vlucht vooruit

    En dan dreint de muziek ineens voorwaarts. In deze passage vol razende riffs en orkestrale knallertjes mag het tempo omhoog en de geluidsknop naar rechts. Wie op volgen aangewezen is, toont zich een slappe solist. Leiding nemen en zelf vaart maken: daar komt het in deze dollemansrit op aan.
     
  5. De filosofenkater

    Met een valse start begint de tweede, meer ontnuchterende cadens, tevens het muzikale hart van deze partituur. Anders dan de eerste cadens mag de solist hier de extremen van het klavier verkennen. De allengs getormenteerde toon van deze solopassage doet vermoeden dat Zhuang Zi lelijk wakker geschoten is uit zijn mooie droom. Wie de hersenen het meest kan laten knarsen, heeft het raadsel begrepen.
     
  6. De yogaoefening

    Eindigen doet Ledoux met de eerder gehoorde windklokjes en miauwende violen. Maar het echte einde is een slanke arpeggio, die luidens de partituur gespeeld moet worden alsof je je uitstrekt op de tippen van je tenen. Welke pianist rolt hier de yogamat open?