Krijgen de vakbonden genoeg ruimte?
Tom Naegels

In de berichtgeving over stakingen, komt de stem van de stakers veel minder aan bod dan die van de critici, vond een lezeres. Alvast wat de recentste stakingen betreft, klopt dat niet, vindt Tom Naegels.

Dat de cipiers de afgelopen dagen negatief in het nieuws kwamen, is niet zo verwonderlijk – kabinetten kort en klein slaan is niet de beste zet in de strijd om de gunst van de publieke opinie. Ook met het verhaal over ‘de stakersziekte’, zoals de krant het noemde – over cipiers die niet de moed hadden om officieel, met loonverlies, te staken, maar zich door de dokter ziek lieten schrijven (DS 17 mei) – scoorde men niet bepaald propagandapunten.

Maar het gaat verder dan dat, volgens een lezeres die me vorige week al mailde over de berichtgeving over de cipiersstaking. Nee, over de berichtgeving over stakingen tout court. ‘Mijn perceptie is dat De Standaard de neiging heeft om een eenzijdig verhaal te brengen over stakingen, voornamelijk over de grote hinder die ze veroorzaken en over de schade aan de economie. Daarbij worden uitspraken van de ceo, een werkgeversorganisatie of de regering gevoegd die de staking (en algemener de vakbonden) als onverantwoord afdoen. De kant van de stakers komt veel minder aan bod. Ik zou graag zien dat beide kanten evenveel ruimte krijgen om hun standpunten publiek in de media te verdedigen.’

Grote vs. kleine stakingen

Is dat waar? Het is in ieder geval een perceptie die leeft bij een deel van de (vakbondsgezinde) lezers. Maar dat is niet eenvoudig te meten. Stakingen zijn niet gelijk aan elkaar; ze worden om verschillende redenen gevoerd en kennen een verschillend verloop. Sommige stakingen worden fel bekritiseerd – ook door de krant – maar dat wil nog niet zeggen dat het stakingswapen als dusdanig, of de vakbonden als dusdanig, niet legitiem zouden worden geacht. Om de houding van De Standaard tegenover stakingen as such te kennen, zou je de berichtgeving van meerdere jaren, over vele zeer uiteenlopende stakingen moeten analyseren. Dat is materiaal voor een doctoraat.

Wat ik wel gedaan heb, is de berichtgeving gelezen over de vier recentste stakingen die langer dan twee dagen in het nieuws zijn geweest: de spoorstaking van 6 en 7 januari, de staking van de loodsen in de haven van Antwerpen (3 tot 5 maart), die van de luchtverkeersleiders (13 tot 15 april) en die van de cipiers (21 april tot nu). Daarbij heb ik bekeken of elk van de betrokken partijen (stakers, overheid of werkgever, de groep die door de staking getroffen wordt, zoals de treinreizigers) de kans kreeg om haar standpunt uit de doeken te doen, en welk van die drie perspectieven het zwaarste doorwoog.

Er valt meteen een verschil op. De twee kleinere stakingen, die van de loodsen en de luchtverkeersleiders, kregen een zeer negatieve pers. De hoeveelheid artikels waarin ze veroordeeld worden (door politici, werkgevers of externe waarnemers) ligt ver boven de hoeveelheid artikels waarin het standpunt van de stakers verdedigd wordt: acht negatieve tegen drie positieve stukken bij de luchtverkeersleiders, en zes negatieve versus twee positieve bij de loodsen. En zelfs die positieve klinken defensief.

De twee ‘grote’ stakingen tonen een genuanceerder beeld. Omdat de impact groter is, werd er meer ruimte voor vrijgemaakt: 46 stukken voor de spoorstaking, 65 (tot en met gisteren) voor de cipiers. Ook de balans is evenwichtiger: bij de spoorstaking lag de nadruk in zestien stukken op het standpunt van de vakbond, in dertien op dat van politici of de NMBS, dertien gevallen heb ik als ‘neutraal’ aangeduid. (En dan zijn er nog vier opiniebijdragen, die allemaal erg negatief zijn voor de vakbond.) De berichtgeving over de cipiersstaking focuste in meerderheid (18 artikels) op de gevolgen voor de gedetineerden. Maar de verdere verdeling was (tot dusver) gelijklopend: in elf stukken lag de nadruk op het vakbondsstandpunt, in veertien kwamen politici van de meerderheid aan het woord, in zeven stukken werd de visie van de leger- of politievakbond gegeven (die protesteerden tegen het feit dat ze moesten invallen), en veertien heb ik als ‘neutraal’ geklasseerd.

Faire kans

Dat wil niet zeggen dat de krant niet kritisch was: zeker de spoorwegstaking is in twee vlammende commentaren afgemaakt (‘De grootste strategische blunder ooit van de organiserende vakbonden’, DS 6 januari). Maar dat moet kunnen. Evenwicht in de journalistiek betekent niet dat iedereen altijd evenveel gelijk heeft. Het betekent ook niet dat iedereen precies evenveel ruimte moet krijgen. Het betekent wel dat alle betrokkenen een faire kans hebben om hun standpunt publiek te verdedigen. Bij de spoorwegstaking van januari, en de cipiersstaking die nu nog loopt, was dat volgens mij het geval.

Maar wat dit nu betekent voor de precieze plaats van De Standaard op het spectrum tussen ‘militante vakbondskrant’ en ‘militante antivakbondskrant’, daarvoor wacht ik, net als u, met veel interesse dat doctoraat af.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)