Daarom maken we dt-fouten
Het juiste is “Ik word”, maar als we onder tijdsdruk staan, schrijven we vaak “Ik wordt”, omdat “wordt” vaker voorkomt. Foto: ss

Iedereen maakt dt-fouten, zelfs wie de spellingsregels perfect beheerst. Hoe dat komt, onderzocht populairwetenschappelijk tijdschrift Eos.

Psycholinguïst Dominiek Sandra van de Universiteit Antwerpen onderzocht waarom dt-fouten zo hardnekkig zijn. Zelfs de beste spellers maken ze wel eens, ook al gaat het om vrij gemakkelijke spellingsregels. Wanneer er in de krant, op een nieuwswebsite of in de ondertiteling van een tv-programma een spelfout wordt gemaakt, komen er dan ook al snel heel wat commentaren. ‘Omdat de regels voor het spellen van Nederlandse werkwoorden gemakkelijk zijn uit te leggen, vinden veel mensen het onaanvaardbaar dat je die regels vergeet toe te passen’, staat te lezen in Eos. Of dat het lijkt dat je ze vergeet toe te passen, want zelfs mensen die de dt-regels door en door kennen, maken er wel eens fouten op.

Homofonen

Die dt-fouten worden het vaakst gemaakt bij ‘homofonen’, woorden die anders zijn geschreven, maar toch hetzelfde klinken. Voorbeelden daarvan zijn wordt-word of gebeurd-gebeurt. Slechts 5 tot 10 procent van alle Nederlandse werkwoordvormen, zijn homofonen. En ze komen ook niet zo vaak voor in teksten: hun frequentie is maar 5 tot 10 procent. ‘Die kleine groep veroorzaakt veel problemen, ook als je er rotsvast van overtuigd bent dat je nooit een dt-fout maakt’, zo zegt Sandra in Eos. ‘Zelfs als je je eigen teksten grondig naleest, is het onwaarschijnlijk dat je nooit een dt-fout maakt of laat staan.’

Daarom maken we dt-fouten

Maar hoe komt het dan dat ze toch gemaakt worden? De oorzaak daarvan ligt, volgens het onderzoek, in ons ‘werkgeheugen’. Als de capaciteit daarvan overschreden wordt, worden de meeste dt-fouten gemaakt. En die capaciteit wordt overschreden bijvoorbeeld wanneer de tijdsdruk hoog is of wanneer we vooral op de inhoud van wat we schrijven gefocust zijn. In die gevallen haalt de spellingsvorm die we het vaakst zien, vaak de bovenhand. Daardoor komt het bijvoorbeeld dat mensen soms toch ‘ik wordt’ schrijven in plaats van het juiste ‘ik word’.