‘Geef meertaligheid een plaats in het onderwijs’
Foto: Photo News

‘Onze speelplaatsen worden steeds diverser’, benadrukt Vlaams minister voor Onderwijs Hilde Crevits. Uit het MARS-onderzoek blijkt dat meertaligheid een complexe situatie is die klassieke vooroordelen op de helling zet en nieuwe uitdagingen biedt. ‘Er is daarom een omslag nodig in het denken over meertaligheid die vandaag nog niet in alle scholen even sterk aanwezig is.’

Het MARS-onderzoek, een onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, maakt duidelijk dat meertaligheid een complexe realiteit is die door de verschillende betrokkenen – leerlingen, leerkrachten, schoolleiders – anders gepercipieerd wordt.

Een van de conclusies is dat meertalige leerlingen verschillende talige registers door elkaar gebruiken afhankelijk van de context of de gesprekspartners. Zo spreken ze vaker Nederlands dan vermoed wordt.

Daarnaast wordt ook duidelijk dat het positief benaderen van de thuista(a)len, bijdraagt tot de motivatie via het welbevinden en het positieve zelfbeeld dat hierdoor gestimuleerd wordt. Andere factoren waarvan we zouden vermoeden dat ze samenhangen met schoolprestaties, spelen dan weer een beperkte rol. Zo hangt meer televisie kijken in het Nederlands niet noodzakelijk samen met betere onderwijsprestaties.

Taalgebruik van ‘vader’

Ook de determinerende rol van de taal die gesproken wordt met de ‘moeder’ wordt in vraag gesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat eerder het taalgebruik met ‘vader’ een indicator is van onderwijsprestaties.

De onderzoekers pleiten ervoor om de polemiek tussen de verdedigers van taalbaden Nederlands en de voorstanders van meertalig onderwijs te doorbreken door het ‘functioneel veeltalig leren’ voorop te stellen. Een plaats en erkenning geven aan de meertalige achtergrond is daarbij al een eerste stap in de goede richting.

‘Omslag nodig’

‘Dit onderzoek moedigt ons aan om die realiteit te benaderen als een kans en niet als een beperking. Daarvoor is er een omslag in het denken over meertaligheid nodig die vandaag nog niet in alle scholen even sterk aanwezig is’, zegt Hilde Crevits.

Taalpaspoort

Verder benadrukt het onderzoek de nood aan een kader dat leerkrachten op alle onderwijsniveaus ondersteunt met een professionele ontwikkeling en concrete didactische instrumenten die ze kunnen inzetten om positief om te gaan met de meertaligheid van de leerlingen. Een goed voorbeeld van dergelijk instrument is een taalpaspoort. Dat zorgt voor een betere en meer genuanceerde kijk op de (meer)talige realiteit van de leerling en de klas.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits geeft de opdracht om een breed kader te ontwerpen voor een actief taalbeleid op scholen. Het taalpaspoort kan meegenomen worden als voorbeeld van good practice.

MARS-onderzoek

Het MARS-onderzoek liep van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2015 en werd onder leiding van Prof. Dr. Piet Van Avermaet uitgevoerd door de Universiteit Gent in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel. De onderzoekers toetsten daarvoor 7 onderzoeksvragen zowel kwantitatief als kwalitatief. Zo peilden zij onder meer de prestaties van vierdejaars uit 212 basisscholen uit Brussel, Gent en de Limburgse mijngemeenten. Daarnaast werden de ervaringen en overtuigingen van leerlingen, leerkrachten en schoolleiders uit basis- en secundair onderwijs rond de meertalige realiteit in kaart gebracht.