Het is logisch, en toch voelt het unfair
Tom Naegels

Dat de maker van het filmpje dat zo kritisch is voor VRT-journaal veel over zich heen krijgt, is niet geheel abnormaal, beseft Tom Naegels. Maar waarom blijven de politici die dat filmpje gewicht gegeven hebben buiten schot?

De voorbije week zagen we het zoveelste hoofdstuk in de soap ‘de N-VA versus de Vlaamse media’. Aanleiding deze keer was het Youtube-filmpje van mediacriticus Frank Thevissen, dat moest aantonen dat de VRT, anders dan VTM, niet bericht had over een botsing tussen de politie en Molenbeekse jongeren. Dat filmpje werd door enkele prominente N-VA’ers gedeeld, en Thevissen blijkt sinds kort voor de N-VA te werken, waardoor het tot een politieke kwestie uitgroeide.

Thevissen zelf, en een andere lezer, stuurden mij een klacht over de framing van het eerste artikel over de kwestie (‘N-VA op ramkoers met VRT’,DS 7 april ). De Standaard omschreef Thevissen daar niet als mediacriticus, maar als ‘mediacriticus’, tussen smalende aanhalingstekens, in een passage die zo verder ging: ‘De man was ooit hoofddocent communicatiewetenschappen aan de VUB, maar werd daar ontslagen. Hij raakte intellectueel en professioneel gemarginaliseerd en haalt op sociale media graag hard uit naar media. Onder de noemer “De vierde onmacht” maakt Thevissen wel vaker videomontages waarmee hij zogenaamde “mistoestanden” in de media wil aanklagen – bijna altijd zijn er denkbeeldige complotten in het spel.’

En dan moest de kwaaie reactie van de VRT nog komen.

Ad hominem

Ik vond dat zelf, bij eerste lezing, ook onnodig ad hominem. Het gaf me het gevoel dat de krant partij koos in het conflict. Het maakte me ongemakkelijk dat Thevissens professionele problemen uit het verleden werden opgerakeld, terwijl dat volgens mij voor een goed begrip van de discussie niet nodig was. Het was moeilijk om niet de indruk te krijgen dat de ergernis, die Thevissens aanhoudende (en inderdaad erg negatieve) mediakritiek bij veel journalisten opwekt, een rol heeft gespeeld.

‘Daar ben ik het niet mee eens’, zegt hoofdredacteur Karel Verhoeven. ‘Het was precies onze bedoeling om, ook al gaat het over onze eigen sector, buiten dit conflict te blijven, en ik denk dat dat ook gelukt is. Maar we hebben het nu eenmaal over een video die door Thevissen gemaakt is, dus moet je wel vertellen wie hij is. Ik denk dat we hem onthecht en nuchter getypeerd hebben. We rakelen zijn ontslag niet zomaar op, acht jaar later blijft hij zich op zijn expertise van toen beroepen. Maar zijn discussiestijl op sociale media is zo grotesk, dat hij al vele jaren een roepende in de eigen woestijn geworden is. Bijna niemand, in de sector waar hij zich expert over noemt, neemt hem serieus. Dus ja, hij is gemarginaliseerd.’

Mja. Daar is wel iets van. En toch. Deel van de reden waarom ik het er moeilijk mee blijf hebben, is precies de dubbelzinnige status van Frank Thevissen in dit verhaal. Als het gaat over de reputatieschade die iemand moet kunnen verdragen, hanteert de journalistiek onder meer het ‘wie de bal kaatst’-principe: wie de grootste nieuwsdienst van het land ervan beschuldigt aan manipulatie te doen, moet niet zeuren als hij shit over zich heen krijgt. Maar daar speelt een zekere proportionaliteit: hoe machtiger, hoe meer shit. En dat is onduidelijk. Frank Thevissen is geen publiek figuur (meer), hij is een gewone burger die op de sociale media aan mediakritiek doet. Doorgaans blijven zijn kritieken ook daar. Dat hij nu plots midden in een storm beland is, komt niet doordat hij zélf machtiger geworden is, maar omdat veel machtigere spelers dan hij – kamervoorzitter Siegfried Bracke, parlementsleden van de grootste partij van het land – zijn filmpje hebben opgepikt, waarna een tweede machtige speler – de VRT – daar om die reden gebeten op reageert. Waardoor een derde machtige speler –De Standaard – er een reden in ziet om erover te berichten, want plots is dit een episode in een institutionele botsing die al jaren aan de gang is.

Maar terwijl de ceo van de VRT een volledige pagina krijgt om de aanval te pareren (‘Hier is een grens overschreden’, DS 12 april ) – logisch, het is de ceo van de VRT – heeft Thevissen in de twee artikels samen, drie zinnen weerwoord gekregen – logisch, hij is professioneel gemarginaliseerd. Terwijl hij toch de meeste shit over zich heen krijgt. En terwijl de N-VA-politici die ervoor verantwoordelijk zijn dat dit verhaal zoveel weerklank kreeg, géén shit over zich heen krijgen – logisch, zij hebben dat filmpje niet gemaakt.

Het is allemaal logisch, en toch komt dat unfair over.

Aanvulling, 15 april 2016.

De andere lezer die me hierover contacteerde, voerde ook aan dat de krant zich te veel had laten leiden door de politieke dynamiek: N-VA versus VRT. In plaats van het over de essentie te hebben: heeft de VRT nu feiten ‘verzwegen’ of niet?

Met die kritiek was ik het niet eens. Zelfs als alle beelden authentiek zijn: een vergelijking tussen enkele minuten nieuwsverslag over één gebeurtenis leert weinig, behalve dat verschillende redacties soms verschillende keuzes maken. Maar dat gebeurt iedere dag. Het verslag in De Standaard van het World Economic Forum in Davos zal afwijken van het verslag in Het Laatste Nieuws – als die krant er al over bericht (en indien niet, is dat dan ‘manipulatie’?) Heeft VTM andere beelden gebruikt in zijn verslag over de Panama Papers dan de VRT? Plaatst De Tijd andere foto’s dan Het Nieuwsblad bij de artikels over de staking van de luchtverkeersleiders? Mogelijk, wellicht. Wat zegt dat? Als je écht wil aantonen dat de VRT systematisch méér de blik afwendt, iedere keer als allochtonen iets onaangenaams doen, dan moet je honderden nieuwsuitzendingen met elkaar gaan vergelijken. En de praatprogramma’s. En de documentaires. Die gretigheid om je eigen grote theorieën bevestigd te willen zien door één mager voorbeeld, is iets waar ik me al jaren enorm aan stoor.

Wat dit verhaal voor mij relevant maakt, is dat de top van de machtselite, zoals de Vlaamse minister-president, de Kamervoorzitter, en in het verleden ook al verscheidene malen de voorzitter van de grootste regeringspartij, inspelen op die gretigheid. Waardoor ze van de broodnodige dialoog tussen redacties en hun lezers of kijkers, een machtsstrijd maken – een culturele clash zelfs. Die strijd is reëel genoeg: een significant deel van de Vlaamse bevolking gelooft inderdaad sterk dat de eigen waarden en overtuigingen onvoldoende weerspiegeld worden door de ‘officiële’ Vlaamse cultuur, met de media voorop. Het is ook niet nieuw dat dat sentiment sterk leeft binnen de Vlaamse beweging – in Vlaamsnationalistische publicaties, ook van lang geleden, vind je zeer regelmatig sneren naar journalisten, in het bijzonder die van de BRT / BRTN / VRT. Maar als vertegenwoordigers van de overheid zelf zich daar aan wagen, dan verandert de dynamiek fundamenteel.

Het is die politieke en culturele machtsstrijd die nieuwswaardig is (en voor mij, als journalist en ombudsman, ook bijzonder zorgwekkend), niet de vraag of de VRT tijdens enkele minuten nieuwsuitzending mogelijk een andere keuze heeft gemaakt dan haar concurrent, en om welke reden ze dat eventueel zou kunnen hebben gedaan. 

INFO

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)