Wat we niet mogen weten over 9/11: het geheime hoofdstuk van de onderzoekscommissie
Archiefbeeld Foto: Photo News

Amerikaans televisieprogramma 60 minutes waagt zich aan de onthulling van de 28 geheime pagina’s van het parlementair rapport na de aanslagen van 11 september, 2001. Die pagina’s werden door de Bush-administratie na publicatie van de overige 838 pagina’s, achter gesloten deuren gehouden, tot grote spijt van enkele politici en nabestaanden van de slachtoffers.

Er rijzen wederom vragen over de inhoud van de laatste 28 pagina’s van het parlementair rapport over de aanslagen van 11 september 2001. De aanleiding is het bezoek van Amerikaans president Barack Obama aan bondgenoot Saudi-Arabië. De inhoud van het laatste hoofdstuk, dat al sinds de publicatie van het rapport onder de administratie van George W. Bush in 2002 geheim is gebleven, zou namelijk de relaties tussen de Verenigde Staten en Saudi-Arabië kunnen verstoren.

Uiterst geheim

Nabestaanden en politici pleiten voor een opheffing van de geheimhouding. Volgens insiders zouden de Saudi’s uitdrukkelijk aan bod komen. Familieleden zijn verontwaardigd door de aanpak van de Amerikaanse overheid, die ten koste van mogelijk essentiële informatie voor het onderzoek over 9/11, niet buigt.

Dat de 28 bladzijden streng bewaakt worden in het Capitool in Washington, houdt niet tegen dat parlementsleden wel de kans krijgen om ze te lezen. Maar wie de inhoud niet geheim kan houden, zal de gevolgen ervan kennen. Het verspreiden van informatie is namelijk ten strengste verboden.

Amerikaans nieuwsprogramma 60 minutes van CBS verdiepte zich ondanks de gevolgen alsnog in de inhoud van het laatste hoofdstuk. Met de hulp van voormalig senator van Florida, Bob Graham, de gewezen medevoorzitter van de onderzoekscommissie die rond 11 september werd opgezet, werden al snel enkele zaken duidelijk.

Hulp van binnenuit

‘Het is onwaarschijnlijk dat negentien mensen, van wie de meesten geen Engels konden spreken, nog nooit in de VS waren geweest en zelfs niet naar school waren geweest, zo’n complexe onderneming konden uitvoeren zonder hulp binnen de VS’, zegt Graham.

Graham verwijst hier naar de negentien kapers, allen leden van Al-Qaeda, die betrokken waren bij de aanslagen. Wanneer de interviewer Graham vraagt wie hulp verleend heeft aan de terroristen van die dag, ‘de Saudische regering, rijke Saudi’s of liefdadigheidsinstellingen’, antwoordt Graham: ‘Alle drie’.

Saudi-Arabïe benadrukt zijn onschuld door middel van een zin in het rapport. Ze verwijzen naar een gebrek aan harde bewijzen dat de Saudische regering of hooggeplaatste ambtenaren betrokken zouden zijn bij 9/11. Ex-senator Bob Kerry stelt dat een gebrek aan concrete links in geen geval een ‘vrijspraak’ is. ‘Wat Saudi-Arabië betreft, hebben we geen uitvoerig onderzoek gedaan, bij gebrek aan tijd en middelen’, aldus Kerry.