‘Er zijn ambtenaren die pensioen zullen verliezen’
Voormalig minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke. Foto: bdw

Frank Vandenbroucke, de voorzitter van de gewezen pensioencommissie, betreurt dat de regering de hervorming van de ambtenarenpensioenen niet kadert in een groter pensioendebat. De regering bouwt enkele gunstregimes af, maar zegt niet waarom.

Verliezen de ambtenaren nu wel of geen pensioen door de nieuwe hervormingen van de regering Michel? De vakbonden voelen zich in elk geval gerold en broeden op acties. Vooral de beslissing om de studiejaren op termijn niet meer te laten meetellen als gewerkte jaren voor de berekening van het pensioenbedrag, zet kwaad bloed (DS 11 april). Nochtans een van de aanbevelingen van de pensioencommissie, waar ook voormalig minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke (vandaag professor aan de Universiteit Antwerpen) in zat.

Het blijft een goede maatregel?

‘Toch wel. Op lange termijn was zo’n systeem niet te rechtvaardigen, noch voor werknemers, zelfstandigen of ambtenaren. Een correct systeem baseert je pensioenrechten op basis van de lengte van de loopbaan. Meer in het bijzonder voor degenen die niet zo lang hebben gestudeerd en op jonge leeftijd zijn beginnen werken, moet de lengte van de loopbaan de spil worden van het systeem.

De regering had daarom eerder al aangegeven dat de studiejaren niet meer zouden meetellen voor de berekening van de datum waarop je op pensioen mag gaan. Nu heeft ze ook beslist dat ze in de toekomst niet meer automatisch zullen meetellen voor de berekening van de hoogte van dat pensioen.’

Toch zegt minister van Ambtenarenzaken Steven Vandeput (N-VA) dat niemand er zal op achteruitgaan.

‘Dat is niet juist, ook al omdat de regering ook de zogenaamde voorkeurtantièmes wil afbouwen. Dat is het systeem waardoor sommige ambtenaren, kleuterleidsters bijvoorbeeld, een betere berekeningsformule hebben waardoor ze sneller hun maximumpensioen bereiken (een ambtenarenpensioen kan niet meer bedragen dan 75 procent van de gemiddelde wedde van de laatste tien jaar red.). Als je dat niet op een objectieve manier kan koppelen aan de zwaarte van een functie, kan je ook dat systeem moeilijk blijven rechtvaardigen. Maar door het aanpakken van de diplomabonificatie én de voorkeurtantièmes, riskeren sommige ambtenaren erg veel langer te moeten werken om hun maximumpensioen te bereiken, in elk geval langer dan twee of drie jaar extra. En dat valt misschien niet vol te houden, denk aan onze kleuterleidster. De omvang van het verlies hangt af van het type loopbaan, maar je moet niet ontkennen dat er pensioenverlies is.’

De oplossing?

‘We hebben met de pensioencommissie het puntensysteem geopperd als alternatief. Daarin kan je ook differentiëren voor zware beroepen, maar op een objectieve en rechtvaardige manier. Het wordt dringend tijd dat de regering duidelijk maakt waar ze naar toe wil met de pensioenhervorming. Hoe hoog willen we dat de pensioenen van onze ambtenaren zijn? En hoelang moeten ze daar voor werken? Wat is nu een zwaar beroep en wat niet? Ik betreur dat dit breder debat afwezig is.’