Twee weken nadat het Syrische en Russische leger Palmyra heroverden op Islamitische Staat, laten soldaten de buitenlandse pers weer toe in het gebied.

Intussen keren een aantal inwoners -zo’n 100.000 bewoners hadden Palmyra verlaten- weer terug naar de stad. Al is dat niet geheel zonder risico. IS heeft in de stad duizenden mijnen achtergelaten die nog niet ontploft zijn. Samen met het Russische leger proberen de Syriërs die mijnen op te sporen en onschadelijk te maken. Dat zal nog heel wat tijd vragen. Het gaat om een terrein van minstens 180 hectare dat nog ontmijnd moet worden.

De Russen hebben intussen ook enkele buitenlandse journalisten meegenomen naar de historische stad om te tonen welke verwoestingen IS heeft aangericht. Ook VRT-journalist Jan Balliauw was daarbij.

Palmyra werd in mei vorig jaar veroverd door de terreurgroep. Verschillende waardevolle delen van de stad, die behoren tot Unesco-werelderfgoed, zijn vernietigd. IS vond dat het 'heidense beelden en tempels' waren. Onder meer een triomfboog, die 2.000 jaar geleden door de Romeinen werd gebouwd, is grotendeels verwoest. 

Eén van de enige archeologen die weigerde om de stad te verlaten na de verovering van IS, was de bekende Palmyra-kenner Khaled Asaad. De 82-jarige man werd een maand lang vastgehouden door de terreurgroep. In augustus 2015 werd Asaad onthoofd en werd zijn lichaam in het centrum van Palmyra opgehangen. 

Tot de Syrische burgeroorlog uitbrak in 2011 was Palmyra de meest bezochte bezienswaardigheid van Syrië.