‘Voer een ontluizingsperiode van anderhalve jaar in voor kabinetsleden die overstappen naar de privé’, zegt politiek filosoof Antoon Vandevelde. ‘Leg dat desnoods vast in een wettelijke regel.’

‘Dit kan echt niet. Dit is flagrant.’ Moraalfilosoof Antoon Vandevelde veroordeelt met scherp de overstap van Mathieu Isenbaert, de ex-kabinetschef van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) die een advocatenkantoor begint, gespecialiseerd in het juridisch aanvechten van de ‘excess profit rulings’.

‘De ex-kabinetschef verandert werkelijk helemaal van kamp’, aldus de Leuvense filosoof. ‘Eerst voerde hij het beleid uit van de federale regering, nu valt hij aan wat hij mee op poten zette. We weten dat Van Overtveldt niet bekend als een groot voorstander van die terugbetaling, want de minister wil zo min mogelijk de multinationals voor de borst stoten, maar dat maakt weinig uit. Wat die medewerker deed, gaat deontologisch te ver. De maatschappelijke commotie is terecht.’

Waarom?

‘De boswachter wordt stroper. Hij kent de dossiers van binnen en van buiten, bouwde op kosten van de overheid een ongelooflijke expertise uit, bezit daardoor unieke kennis die hij nu gaat commercialiseren voor puur persoonlijk gewin.Dit is ook een symptoom van een ander soort belangenvermenging, waarbij geldmachten de politiek trachten te beïnvloeden. Nu lijkt het alsof de overheid en de bedrijven onder één hoedje spelen. In die zin lijkt de overstap dan weer weinig vreemd.’

Hoe een dergelijke fout voorkomen in het vervolg?

‘Door een soort ontluizingsperiode in te voeren. Iemand die vertrekt van een kabinet mag anderhalf jaar niet werken op zijn dossiers. Bij politici bestaat al zoiets. Een gewezen minister zwijgt doorgaans een lange tijd over de dossiers die onder zijn of haar bevoegdheid vielen.’

‘In het beste geval gaat het om een moreel besef van goed en fout, om een erecode die iemand uit eigen beweging respecteert, in het andere geval moet zoiets in formele regels vastgelegd worden. Maar zelfs die vallen te omzeilen, bijvoorbeeld door de vrouw van de kabinetschef in een advocatenkantoor in te schrijven. De beste overheid blijft er één zonder al te veel regeltjes, die mensen moreel weet te motiveren, wist ook Plato. Maar als mensen zich niet langer aan fatsoensnormen houden, dan kan een wettelijk kader hen aan die normen herinneren.'

Ter verdediging van de kabinetschef: hij is specialist in de materie. Zomaar iets anders doen, lijkt ook niet evident.

‘Dan nog. Wie op kabinetten werkt, valt nadien meestal zacht op zijn pootjes. Die mensen beschikken gewoon over speciale vaardigheden en capaciteiten, en raken daarom voorbij veel selecties, ook in nieuwe, onbekende domeinen.’

Komt dit vervelend voor de N-VA?

‘Ja. Maar ik zou hetzelfde zeggen over eender welke partij. Evengoed gebeurt het op andere kabinetten, zonder de pers te halen. Misschien dat specifiek de N-VA nog wat kampt met haar snelle groei als beleidspartij, door plots tal van posten te moeten bezetten. Daardoor trok de partij misschien mensen aan die vooral hun eigenbelang eerst plaatsen.’

‘Maar voor alle duidelijkheid: ik heb geen problemen met mensen die verschillende dingen doen in hun carrière. Integendeel. Een rector die in zijn vroeger leven op een kabinet meedraaide, is een pluspunt. Want die doet niet alleen beleidservaring op, maar bouwt ook contacten op, en daar is op zich niets fouts mee, als ze maar niet voor lobbying of puur eigenbelang worden ingezet.'