'Kertesz vond Schindler's List pijnlijke kitsch'
Imre Kertesz. Foto: AFP

De Hongaarse schrijver Imre Kertesz, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 2002, is op 86-jarige leeftijd overleden in Boedapest. Kertesz schreef over zijn ervaringen in de concentratiekampen. 'Auschwitz wás voor Kertesz het menselijke', vertelt De Standaard-recensente Alexandra Devos.

Imre Kertesz overleed in zijn woning in de Hongaarse hoofdstad Boedapest na een lange ziekte. Kertesz zag in 1929 het levenslicht in Boedapest als kind van een joods gezin.

De schrijver overleefde concentratiekampen van de nazi’s. Hij schreef zijn ervaringen in de concentratiekampen in Auschwitz en Buchenwald tijdens de Tweede Wereldoorlog neer. Hij is onder meer bekend van het werk ‘Onbepaald door het lot’ (Sorstalansag), dat uitkwam in 1975.

In essays (De verbannen taal) en novellen (Sporenzoeker, 1977), in romans als Het fiasco en Liquidatie, in een ego-document als Kaddisj voor een niet geboren kind zocht Kertész altijd weer het ‘nulpunt Auschwitz’ op. Of, ruimer genomen, het kwetsbare individu dat moet overleven in de houdgreep van totalitaire machten. Zo loopt in Het Fiasco een naar Boedapest teruggekeerde György Köves verloren in de kafkaiaanse absurditeit van het naoorlogse communisme.

Maar Kertész is hier dan wel een Kafka die de Holocaust heeft meegemaakt, niet alleen maar voorvoeld. Dat maakt het – ongeneeslijke- verschil. Dat maakt leven levensgevaarlijk en onhoudbaar. Kértesz weet dat er niks is om je aan vast te klampen. Zijn universum is er een waarin je elk moment kan worden doodgeschoten, waarin het geen zin heeft je aan bezit te hechten, of aan een vrouw, of aan de wens om je geredde bestaan in een eigen kroost voort te zetten. Dat duidelijke 'nee!' aan het leven klinkt door in de eindeloze, hartbrekende, zichzelf in de staart bijtende paragrafen van Kaddisj voor een niet geboren kind. Voor Kertész -die een film als Schindler’s List pijnlijke kitsch vond – geen ‘overlevingssentimentaliteit’.

Auschwitz is voor hem geen abberratie in een wereld waarin het goede, het menselijke, triomfeert – Auschwitz is het menselijke. Het is een logische uitwas van de lagere instincten en perversiteiten die eigen zijn aan de menselijke geest. En dan komt het er gewoon op aan de juiste machthebber te vinden, 'een demon die onze vuile zaakjes kan opknappen en onze vuile verlangens bevredigen, die al onze demonische eigenschappen op zijn schouders zal nemen.' Met Holocaust-sentiment willen we vooral onze ziel redden, willen we na de schipbreuk alleen wat schijnwaarheden bergen, onze naoorlogse onschuld in de verf zetten. Maar nooit meer Auschwitz? Kertész is – of wàs - helaas wijzer dan dat.

Alexandra De Vos
Recensente De Standaard Letteren

Kertesz was de eerste Hongaarse schrijver die de Nobelprijs voor de Literatuur won. Op de website van de Nobelprijs-stichting staat dat Kertesz bekroond werd voor zijn werk ‘dat de kwetsbare beleving van het individu stelt tegenover het barbaarse arbitraire van de geschiedenis’.