‘Belgische farmabazen leverden geneesmiddelen aan Mexicaanse drugsbaron’
Methamfetamine, ook crystal meth of ice genoemd, vormt een ware plaag in de States. Foto: REUTERS

Zeven Belgische farmabazen worden ervan verdacht een drugsbaron in Mexico geneesmiddelen te hebben geleverd waarmee hij de gevaarlijke drug ‘crystal meth’ fabriceerde.

Tachtig procent van de Amerikaanse crystal meth-pillen wordt in Mexico gemaakt. De grondstof ervan is efedrine en pseudo-efedrine, een op het eerste gezicht onschuldig product dat onder meer in neusdruppels en hoestsiropen zit.

Maar omdat het ook een aanmaakproduct is voor drugspillen, is de invoer van efedrine in Mexico verboden. En daar verschijnen de Belgische farmabedrijven ten tonele.

Ezio Figueroa-Vasquez (63), zo heet de drugsbaron, ging in Europa, Azië en Afrika op zoek naar landen waar efedrine wel wordt toegelaten, bijvoorbeeld om het in geneesmiddelen te verwerken. Zijn plan was eenvoudig. Hij moest fabrikanten of handelaars in efedrinehoudende geneesmiddelen overtuigen om hem die medicamenten in grote hoeveelheden te verkopen. In zijn laboratoria in Mexico destilleerde hij de efedrine daaruit, simpel door de vermalen pillen te centrifugeren.

Figueroa-Vasquez nam in ons land, soms via een tussenpersoon, contact op met onder meer Sterop, in Brussel, en Andacon, in Dadizele. Hij liet er bestellingen plaatsen die kunnen tellen. Miljoenen efedrinehoudende pillen in één keer, met het vooruitzicht op meer dan 200 miljoen pillen per jaar gedurende minstens twee jaar.

Enorme afzet

Voor de farmaceutische firma’s of handelaars betekende het een enorme afzet. De Mexicaanse drugsbaron haalde er monsterwinsten mee binnen op de Amerikaanse drugsmarkt. Eén kilo ice heeft een straatwaarde van 90.000 euro. Daarvoor is slechts 1.300 gram efedrine nodig.

De Belgische leveranciers hielpen hem aan 4 ton efedrine, goed voor meer dan 66 miljoen ice-pillen en een omzet van 360 miljoen euro. Maar de douane en de politie kwamen de trafiek op het spoor.

De Belgische ‘leveranciers’ pleiten onschuldig. Zij beweren dat zij te goeder trouw gehandeld hebben bij de levering van de efedrinehoudende producten. ‘Wij hadden de nodige vergunningen om die producten te maken, te verkopen en uit te voeren. We waren niet op de hoogte van hun eindbestemming’, zeggen zij in koor.

Het openbaar ministerie zegt dat e-mailverkeer en afgetapte telefoongesprekken aantonen dat de Belgische farmabedrijven wetens en willens gehandeld hebben. Het vraagt de verwijzing van zeven topfiguren uit die bedrijven naar de rechter. De beslissing valt op 5 april.