De Wever: ‘Een onafhankelijk Vlaanderen zou wel eens verdacht veel op het oude België kunnen lijken’
Bruno De Wever Foto: Michiel Hendryckx

Een Vlaams grondmanifest zou het symbool moeten zijn van de Vlaamse politieke zelfstandigheid en volwassenheid. Maar na 20 jaar vruchteloos proberen is het doel nog altijd even veraf. En de lange geschiedenis leert dat dit niet gemakkelijk is.

Het voornemen van Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) om een Vlaamse grondwet op te stellen , doet prominente Vlamingen al dromen. Alleen is het nog lang niet zover.

‘Ik heb al eerder gezegd dat een onafhankelijk Vlaanderen wel eens verdacht veel zou kunnen lijken op het oude België. De Belgische Grondwet is gebaseerd op de grote ideeën van de Franse Revolutie en was in 1831 een van de meest liberale van de wereld. Op bijna 200 jaar tijd is dat wel wat aan getimmerd, maar de initiële basis, die blijft wel dezelfde’, reageert historicus Bruno De Wever (UGent).

Ook de Leuvense rector Rik Torfs reageert nuchter. ‘De Belgische grondwet kan op het vlak van rechten en vrijheden niet veel meer verbeterd worden, denk ik. Dat ze nog steeds bestaat, wijst op haar kwaliteit.’

‘Gewoon toevoegen aan de Belgische Grondwet’

Waarom heeft Vlaanderen dan een grondmanifest nodig? ‘Ik denk dat je dit kan zien als een volgende stap in het loswrikken van Vlaanderen uit België, een Grondwet waar het soevereine Vlaamse volk zich over kan uitspreken. Nu, alles wat je in zo’n Vlaamse Grondwet steekt, zou je natuurlijk ook gewoon kunnen toevoegen aan de Belgische Grondwet’, reageert De Wever.

‘Maar ik hoor Geert Bourgeois nu ook al spreken over een preambule, en daarin ben je dan wel vrijer om gestalte te geven aan de waarden die ons verbinden in Vlaanderen’, voegt Torfs toe.

‘Discussie boeiender dan de uiteindelijke tekst’

Toch is de discussie volgens Rik Torfs zinvol. ‘De discussie zou zeer boeiend kunnen zijn, waarschijnlijk boeiender dan de uiteindelijke tekst. Over onze normen en waarden bijvoorbeeld, iedereen is daar heel erg voor, maar wat die concreet inhouden? Wat zijn onze normen en waarden? En waarin verschillen die van de Franstaligen? Het zou ons een beter zelfbeeld kunnen opleveren.’

‘Het mag echter geen opsomming worden van goede voornemens en evidenties. Dat we voor innovatie, diversiteit en gelijke kansen zijn bijvoorbeeld. Maar als je er een tweederdemeerderheid voor moet overtuigen, dreig je met een algemeen en kleurloos verhaal te eindigen’, besluit Torfs.