Agressie bij dragers enkelband neemt toe
Foto: BELGA

De sociale begeleiding van mensen met een enkelband is sinds enkele jaren fors verminderd. Dat veroorzaakt frustraties tegenover bijvoorbeeld een technicus die langskomt voor het elektronisch toezicht.

Bedreigingen, verwijten en oplopende spanningen: de mensen die met veroordeelden werken, merken dat de frustraties flink toenemen. Dat is één van de opmerkelijke conclusies van een wetenschappelijk onderzoek dat de Vrije Universiteit Brussel voerde naar elektronisch toezicht, zoals het systeem officieel heet.

Voor het eerst sinds de hervorming ervan, in het voorjaar van 2013, is er een bevraging geweest van de mensen die werken met de veroordeelden die een enkelband dragen. Daarvoor spraken de onderzoekers met 29 personen en observeerden ze tien dagen bij de centra voor elektronisch toezicht en bij justitieassistenten.

‘Helpen om zinvol leven te leiden’

‘Tijdens die interviews werd er gewezen op verbale agressie tegenover de leden van de mobiele equipe (de mensen die instaan voor de technische apparatuur in de woning van de veroordeelde, red.). Dat komt door de groeiende frustratie van de veroordeelden als gevolg van de vermindering of afwezigheid van begeleiding door justitieassistenten’, stelden Kristel Beyens en Marijke Roosen vast.

Huidig minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wil vanaf de zomer de enkelband opleggen als zelfstandige straf, waar er per definitie geen begeleidende voorwaarden meer aan verbonden zijn.

‘Elektronisch toezicht moet veroordeelden helpen om een zinvol leven te leiden’, vinden de onderzoekers. ‘Men zou moeten overwegen om justitieassistenten toe te wijzen op basis van een evaluatie van de individuele behoeften, niet op basis van de strafduur (boven of onder de drie jaar, red.). Een sociaal assistent voor het elektronisch toezicht, die de veroordeelden en hun huisgenoten kan helpen met bepaalde praktische kwesties, zou goed zijn om de meest voorkomende eerstelijnsproblemen te helpen oplossen. Dat zou ook de frustraties kunnen doen afnemen.’