Zijn kinderen ons beste slaapmiddel?
Foto: koen Verheijden/Hollandse Hoogte

Wie onder één dak leeft met partner en kinderen, kent beduidend minder slaapproblemen dan wie dat niet doet. Dat blijkt uit de Slaaptest van De Standaard. Zijn kinderen dus ons beste slaapmiddel?

Ouders die aan kinderen beginnen, moeten er zeker in het begin de korte en onregelmatige nachten bij nemen – om van de dagelijkse gezinsstress nog te zwijgen. Om die reden staat die periode bekend als belastend en vermoeiend. Maar toch hebben uitgerekend dán die ouders het minste slaapproblemen.

De vaststelling komt uit een ‘Slaaptest’ van De Standaard, die in de maand februari online werd afgenomen. Ongeveer 50.000 mensen vulden alle vragen in en kregen daarop te lezen of ze al dan niet een slaapprobleem (zoals insomnie of apneu) hadden. Die resultaten worden nu wetenschappelijk verwerkt.

Blijkt dus dat wie onder één dak woont met een partner en kinderen, tien tot vijftien procent minder kans heeft op een slaapprobleem dan wie niet met kinderen samenwoont. Zelfs wie single leeft met peuters, scoort nog lager dan het gemiddelde, ondanks de extra belasting die in dat geval alleen gedragen moet worden.

Beter slapen betekent echter niet langer slapen. Diverse onderzoeken toonden eerder al aan dat er in de periode met jonge kinderen in huis minder geslapen wordt. Maar die ‘vermoeidheid’ is niet hetzelfde als een ‘slaapprobleem’ hebben. Wie af en toe wakker schiet, bij voorbeeld door een huilende peuter, haalt dat later weer in.

Regelmaat

Dat de ‘klassieke’ huishoudens minder slaapproblemen opwekken, heeft te maken met de structuur die ze oproepen, weet slaapspecialist Gerard Kerkhof. ‘Hoe vervelend ze ook mogen zijn, kinderen dwingen een sterke regelmaat af in een huishouden. Ze gaan op een vast tijdstip slapen en staan op een vast tijdstip op. Ouders gaan daar in grote mate in mee.’

Ook slaappsychologe Aisha Cortoos (UZJette) onderstreept het belang van regelmaat. ‘Wij mensen zijn op zoveel vlakken geconditioneerd. We functioneren het best als we niet te veel moeten controleren wat we doen en op automatische piloot draaien. Als je dus regelmatige slaaptijden hebt, zal de productie van het waakhormoon (cortisol) ’s ochtends en het slaaphormoon (melatonine) ’s avonds steeds op tijd op gang komen. Dat bevordert een goeie slaap.’

In de huishoudens waar die regelmaat niet zo scherp aanwezig is, komen beduidend meer slaapstoornissen voor. Jongvolwassenen die nog thuis wonen (gemiddeld 22 jaar in het onderzoek) , ondermijnen hun vaste dag- en nachtritme door in het weekend heel anders te slapen: ze volgen de huiselijke regels niet meer. Bovendien hebben ze op die leeftijd last van een verschuivende biologische klok, waardoor ze meer avondmensen worden.

Jonge mensen die in cohabitatie wonen (gemiddeld 28 jaar in het onderzoek), komen naar voor als de grootste risicogroep: in hun ‘ongeregelde’ manier van samenleven ontbreekt een regelmatige slaapstructuur en dat zorgt vaker voor slaapstoornissen.

Slaaphygiëne

De resultaten van de Standaard-Slaaptest bevestigen een onderzoek dat in 2013 door drie onderzoekers van de VUB (Van Tienoven, Minnen, Glorieux) verricht werd naar de relatie tussen familie- en werkstructuur enerzijds en slaaphygiëne anderzijds. Het leidde tot de verrassende conclusie dat de verantwoordelijkheden van werk en gezin nauwelijks impact hebben op de slaapduur en dat ze zelfs een positieve invloed lijken te hebben op de slaaproutine.

Ignace Glorieux: ‘Dat resultaat ging compleet tegen onze intuïtie in, omdat we spontaan aannamen dat mensen met een dagjob én een gezinstaak, die bovendien overdag en ’s nachts emotioneel betrokken zijn op de kinderen, daarvan een negatieve impact voelen op hun slaapgewoontes. Het onderzoek van De Standaard bevestigt onze vaststellingen en toont aan hoe belangrijk structuur en regelmaat zijn.’

Emotioneel engagement

Glorieux benadrukt ook het belang van emotioneel engagement. ‘De periode met kinderen is meestal de periode waarin volwassenen zich conformeren. Ze willen goed werken en quality time besteden aan hun kinderen. Dat laat veel minder ruimte en tijd voor de ‘losgeslagen’ manier van leven die ze voordien hadden. Uit uw onderzoek is duidelijk dat ongebonden jonge mensen zonder grote verplichtingen minder goeie slaapgewoontes hebben dan mensen wier dagen helemaal vol zitten door kinderen en werk.’