Grenscontroles zullen België miljarden kosten
Foto: BELGA
Als binnen de Schengenzone de grenscontroles weer worden ingevoerd, dan zou de economische activiteit tussen die landen met zo'n 12 procent afnemen. België zou bij de zwaarst getroffen landen behoren, en dat kan ons land miljarden kosten.

Dat blijkt uit een studie uitgevoerd door de ­studiedienst van het Europees Parlement en die later vandaag wordt voorgesteld. De kostprijs voor heel de EU zou op zo'n 100 miljard euro per jaar komen. Naast ons land zouden de controles aan Frankrijk, Nederland en Duitsland het meeste kosten. Relatief gezien zal de grootste impact echter voelbaar zijn in de kleinere landen in Centraal- en Oost-Europa.

De studie komt er op een moment dat door de asielcrisis en de terreurdreiging weer stemmen opgaan om de binnengrenzen af te sluiten. 'Dit rapport toont aan dat dit geen verstandige beslissing zou zijn’, zegt Europarlementslid Philippe De Backer (Open VLD). ­‘Deze cijfers schetsen een duidelijk beeld van de impact van zo’n maatregel.’

Wachtrijen

Niet alleen zou het organiseren van grenscontroles tussen de Schengenlanden veel kosten, ook de voordelen van het vrije verkeer van goederen en diensten ­komen in gevaar. Lange wachtrijen aan de grenzen en late leveringen kunnen de competitiviteit van bedrijven hard treffen. De transportsector alleen al zou 3 miljard euro bijkomende kosten hebben.

Ook de toeristische sector zou een flinke knauw krijgen. ‘Dagtripjes over de grens – een belangrijke bron van regionale inkomsten – zouden onmiddellijk getroffen kunnen worden.’ Op middellange termijn kunnen de controles ook de koopkracht van de burgers aantasten en tegen 2025 zou het bbp met 0,86 procent dalen.

Groeiperspectieven

Als er veralgemeende controles komen, dan kunnen de toegenomen bevoorradings- en productiekosten een aanzienlijke impact hebben op de groeiperspectieven in de hele Europese eengemaakte markt’, besluit het rapport. ‘Als daar nog een externe schok bovenop komt, zoals een vertraging van de Chinese economie, komt elke hoop op een economische heropleving op de helling te staan.’