50 slachtoffers misbruik richten zich tot andere slachtoffers
Foto: Marc Herremans - Corelio

Vijftig slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk komen vandaag voor het eerst met naam naar buiten. Ze hopen andere slachtoffers ervan te overtuigen om alsnog een klacht in te dienen.

Meer dan vijftig slachtoffers van seksueel misbruik komen (bijna allemaal) voor het eerst met hun naam en voornaam naar buiten: alleen al daarom is hun oproep in De Standaard uniek. De vijftig richten zich tot alle slachtoffers van seksueel misbruik in de Kerk die hun verhaal tot nu toe voor zich hebben gehouden, uit schaamte of angst. Ze roepen hen op om er alsnog mee naar buiten te komen door bij de politie een klacht in te dienen tegen de dader of zijn hiërarchische overste, als er sprake zou zijn van schuldig verzuim. Óf ze kunnen naar een opvangpunt van de bisdommen en congregaties stappen.

‘Bij onze werkgroep Mensenrechten in de Kerk zijn bijna 1.000 verhalen van slachtoffers bekend’, zegt priester Rik Devillé, die al sinds de jaren 90 slachtoffers bijstaat. ‘De helft heeft stappen ondernomen, de andere slachtoffers hebben nog niets gedaan. Het historisch seksueel misbruik in de Kerk is dus nog lang niet helemaal in kaart gebracht.’

Maar waarom slachtoffers vragen om alsnog uit de schaduw te treden, als ze misschien al lang een lijn onder dat pijnlijke verleden hebben getrokken? Wie erkenning wilde, had die toch al kunnen vragen?

‘Onderschat niet hoe groot de schaamte bij veel slachtoffers nog altijd is’, zegt Devillé. ‘Op de laatste dag dat slachtoffers bij het Centrum voor Arbitrage een dossier konden indienen, hebben tientallen dat nog gedaan. Het was voor hen zo moeilijk om die stap te zetten dat ze tot het laatste moment hebben getwijfeld.’

‘Met deze oproep willen ze andere slachtoffers het gevoel geven dat ook zij niet langer in hun miserie moeten blijven vastzitten.’ Want tot die groep is de oproep gericht, verduidelijkt Devillé: zij die nog altijd worstelen met wat hen is aangedaan.