Wie zakt voor eindtermen, krijgt toch diploma
Foto: Photo News

Amper de helft van de middelbare scholieren haalt voor wiskunde de eindtermen. Toch krijgen de meesten onder hen hun diploma. ‘Misschien leggen sommige eindtermen de lat te hoog.’

Uit een peiling van 2014 blijkt dat slechts de helft van de leerlingen in de derde graad secundair (aso, tso, kso) de eindtermen voor wiskunde haalt. Voor specifieke wiskundige onderdelen zijn de hiaten nog groter. Zo bereikt in het aso amper een kwart van de leerlingen in klassieke en moderne talen en in economie-moderne talen de norm voor reële functies. In humane wetenschappen is dat zelfs slechts een luttele 11 procent.

Voor Frans duikt in de derde graad een vergelijkbaar beeld op. Voor spreken schommelen de slaagcijfers in het aso rond 50 procent, in het tso en het kso haalt soms minder dan de helft de doelstelling.

Ontnuchterende vaststellingen, want de eindtermen zijn de minimumdoelstellingen die de overheid heeft vastgelegd en die elke jongere in het Vlaamse onderwijs zou moeten bereiken. Er loopt momenteel een maatschappelijk debat om die eindtermen te actualiseren.

‘Als we eindtermen opfrissen, is het goed om te weten dat het bereiken van de huidige problematisch is’, zegt professor onderwijskunde Martin Valcke (UGent). ‘Je merkt dat ook aan de povere slaagcijfers van de afgestudeerden van bepaalde studierichtingen in het hoger onderwijs.’

Hoewel ze de eindtermen niet halen, slagen de leerlingen vaak wel voor hun examens en halen ze een diploma. Cijfers daarover bestaan niet, maar zowel de inspectie als de onderwijsadministratie geeft toe dat dit gebeurt. De onderwijsnetten vinden dat geen contradictie.

‘De peilingen bieden een indicatie’, zegt Sarina Simenon van het Gemeenschapsonderwijs (GO!). ‘Als scholen oordelen of iemand geslaagd is, kijken ze ook naar de permanente evaluatie en het groeiproces van de leerling. We moeten wel nagaan of de ene eindterm de lat niet te hoog legt, en de andere te laag.’

‘De peilingen geven aan of een opleiding een bepaald doel bereikt, maar zeggen niets over de individuele leerling’, voegt Lieven Boeve van Katholiek Onderwijs Vlaanderen eraan toe. ‘Het debat moet precies uitklaren welke eindtermen deugen en hoe we ze beter afstemmen op de realiteit.’

De peilers blijven voorzichtig in hun duiding. ‘Wij toetsen wat er is blijven hangen, niet de kennis van datgene waarmee de leerlingen op dat moment bezig zijn’, zegt professor Rianne Janssen (KU Leuven). ‘Een eindterm slaat op een graad, twee schooljaren dus. Als de leerlingen de stof bijvoorbeeld een jaar voor de peilingstoets hebben gezien, blijkt er al veel vervaagd.’

‘Die minder goede scores moeten ons doen nadenken over wat we in de basisvorming voor alle leerlingen willen’, vindt Ann Verhaegen, het hoofd van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (Ahovoks), dat onder meer over de eindtermen gaat. ‘Zeker in het tso heb je een diverse populatie. Daar zitten leerlingen toerisme, schoonheidsverzorging,industriële wetenschappen...’

Hoe komt het dat zoveel leerlingen de eindtermen niet halen? Bij de Onderwijsinspectie horen we dat de leerplannen – een vertaling van de eindtermen – soms overladen zijn. ‘De leerplannen zijn opgesteld door experts en die willen er zo veel mogelijk van hun vak in,’ zegt inspecteur-generaal Lieven Viaene. ‘Wanneer leerkrachten te veel tijd en energie in die extra’s stoppen, komen ze niet meer toe aan de basics.’

Nog een pijnpunt ziet Viaene in het gebruik van de handboeken. ‘We stellen te vaak vast dat scholen en leerkrachten uitsluitend bezig zijn met hun handboek, het soms al te slaafs volgen, De eindtermen of de leerplannen kennen ze niet goed of ervaren ze als te moeilijk. Maar die boeken zijn commerciële producten. Die als richtlijn gebruiken is te eng. En niemand controleert de handboeken. Directies vragen ons soms om er een stempel ‘goedgekeurd’ op te zetten. Maar dat gaat in tegen de vraag naar pedagogische vrijheid.’