Kunstenaar De Cock sleept pers voor rechter
Foto: Pdw

Kunstenaar en meester-beeldhouwer Jan De Cock uit Kuregem heeft met zijn vzw The Brussels Art_Institute een klacht met burgerlijke partijstelling ingediend bij het gerecht tegen de afgevaardigd-voorzitters van vier mediagroepen: de VRT, Mediahuis, De Persgroep en Roularta Media Groep.

De Cock beklaagt zich onder meer over ‘een permanente uitsluiting van cultuurverslaggeving in de analoge en digitale dragers via de respectievelijke nieuwsdiensten’ en ‘het doelbewust misleiden van lezers en kijkers met reclameslogans die de lading niet dekken omwille van een monumentaal winstbejag.’

De klacht is gericht tegen Luc Van Den Brande, afgevaardigd voorzitter van de VRT, Marc Vangeel, afgevaardigd voorzitter van Mediahuis, Ludwig Criel, afgevaardigd voorzitter van De Persgroep en Hugo Vandamme, afgevaardigd voorzitter van Roularta Media Groep.

Naast de twee net genoemde klachten heeft De Cock het ook over de schending van het democratisch recht op woord en weerwoord. De kunstenaar meent dat geld de inhoud bepaalt en daardoor een marginalisering van de kunsten plaatsvindt. Dit zou tot een catastrofaal banenverlies leiden. Bovendien is ‘de gênante marktmanipulatie door kitsch voorrang te geven op kunst’ een van de oorzaken voor de ‘faliekante prijsdalingen’, aldus De Cock.

Wat De Cock eist

De Cock eist ‘uitdrukkelijk schadeloos gesteld te worden voor de schade voortvloeiend uit voornoemde feiten'. 'Schade die wordt toegebracht aan alle collega-cultuurmakers en elke leerling in wording die ondanks alles blijven strijden om centraal te blijven staan in deze maatschappij om zodoende de komende generaties te vrijwaren van uw infantiel en puur economisch nietszeggend mediamarkt-model.’

‘Ik vraag daarom akte van mijn burgerlijke partijstelling’, aldus Jan De Cock.

Jan De Cock ziet zijn actie en tekst als een burgermanifest voor meer cultuur. De actie wordt ondersteund door de hashtag #jesuisfragile.

Enkele fragmenten uit de klacht van De Cock:

‘Jullie lezers en kijkers zijn de licht vernikkelende buigzame kleerhangers geworden waaraan alles kan opgehangen worden zolang ze maar zwijgen. Cynisch genoeg verplichten jullie je ondergeschikten nog altijd met een stuitende nietszeggendheid over wat er zich binnen en buiten het domein van de schoonheid bevindt. Met andere woorden, redacties moeten naar goeddunken de cultuur doodzwijgen of laten leven zonder daarbij een standpunt te hoeven innemen.’

‘U krijgt nog één etmaal om nu onmiddellijk, exclusief en elitair allen tegen de stroom in te zwemmen als volgroeide Alaskaanse zalm, om alle noodwendige aanpassingen te maken ten goede van de Belgische bevolking of meester-beeldhouwer Jan De Cock, permanent labeurend voor The Brussels Art_Institute, uw welgekend kunstenaarsatelier dat dienst doet als model voor een meta-schoolmuseum van de toekomst.’

‘ Mijn LAISSEZ-FAIRE geduld dreigt ermee uw oninteressante onverantwoorde informatie niet meer onder de door u gekweekte nieuwe LAISSEZ-PASSER generatie van leerlingen te verdelen.’

Jan De Cock is, na Luc Tuymans, de tweede Belgische kunstenaar die een tentoonstelling had in Tate Modern in Londen, en de eerste levende Belgische kunstenaar die in het Moma in New York mocht tentoonstellen.