Toekomstig Antwerps stadsdichter al in de clinch met stadsbestuur over 'straatsoldaten'
Maarten Inghels Foto: blg
Het Antwerpse stadsbestuur is niet blij met een open brief van nieuwbakken stadsdichter Maarten Inghels aan burgemeester Bart de Wever. Daarin bekritiseert die de dure inzet van soldaten in Antwerpen. Schepen van Cultuur Philip Heylen (CD&V) betreurt de 'karikatuur' die Inghels volgens hem schetst.

Nog voor zijn officiële aanstelling tot stadsdichter van Antwerpen zorgt Maarten Inghels voor commotie. Donderdag, op Gedichtendag, volgt de schrijver Stijn Vranken op als stadsdichter, maar dinsdag schreef Inghels in Knack al een open brief aan burgemeester Bart De Wever. En die brief doet meteen wat stof opwaaien.

Inghels heeft zich voorgenomen om 'geen blad voor de mond te nemen'. En in zijn open brief neemt hij dan ook meteen de aanwezigheid van militairen in Antwerpen op de korrel.

'Straatsoldaten kosten fortuin'

'Een van de laatste dichters die schreef over marcherende soldaten in onze geliefde stad Antwerpen was mijn collega Paul van Ostaijen', schrijft de dichter. 'Paul van Ostaijen zag in de machinerie van het leger een momentum voor een grondige tabula rasa. Ik hoor vooral waaien dat de straatsoldaten een fortuin kosten, en ze dragen niet eens de correcte schutkleur: boerentorengrijs.'

Inghels heeft een duidelijk voorstel: 'Het is tijd om een groot deel van ons budget voor defensie naar het departement cultuur te verschuiven. Eén gevechtsvliegtuig houdt het kruim van de dichters een decennium aan de werktafel', aldus de stadsdichter, die gelooft dat de oorlog niet met geweld maar met woorden gewonnen kan worden. 'Dit is tenslotte een ideologische oorlog.'

Heylen: 'Had gehoopt op Gedichtendag zonder opgeklopte rel'

Schepen van Cultuur Philip Heylen antwoordt op zijn beurt met een eigen open brief. 'Begrijp me niet verkeerd, Maarten, ik leg je geen strobreed in de weg. Schrijf vooral wat je schrijven wil. Pamfletten zo lang en zo breed. Als dichter, en als Stadsdichter bovendien. Maar: wat had ik verlangd dat het morgen op Gedichtendag – zonder opgeklopte rel – voor één keer niet over de polemiek of de politiek zou gaan, maar over de poëzie pur sang.'

Lees hieronder de open brief van schepen Heylen:

Beste Maarten,

Ik las vanochtend je Open brief aan burgemeester Bart De Wever in Knack, en – het moet me van het hart – ik dacht: 'Hier gaan we weer. Een Open Brief. Een pamflet. Aan de Burgemeester. Over soldaten die marcheren en paraderen in de stad. Over het gevaar dat schuilt in de politicus, die zich buigt over de schouder van de dichter. Over de Vlaamse Beweging, de 'zangfeestjes hier en daar', een onafhankelijk Vlaanderen, en geen blad voor de mond.'

Hier gaan we weer, dacht ik, voor de tweede keer. De Kunstenaar en de Open Brief, die karikatuur – en een hoopje clichés bijeen.

Begrijp me niet verkeerd, Maarten, ik leg je geen strobreed in de weg. Schrijf vooral wat je schrijven wil. Pamfletten zo lang en zo breed. Als dichter, en als Stadsdichter bovendien.

Maar: wat had ik verlangd dat het morgen op Gedichtendag – zonder opgeklopte rel – voor één keer niet over de polemiek of de politiek zou gaan, maar over de poëzie pur sang.

'Als u bloed plast, moet u naar de dokter.' Die ene zin waar je Herman De Coninck citeert, vond ik nog het best.

Met beleefde groet,

Philip Heylen,

Schepen voor Cultuur, Economie, Stads- en Buurtonderhoud, Patrimonium en Erediensten