De Franse musea moeten nog niet beginnen beven, maar staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA) eist duidelijkheid rond het lot van honderden ‘Belgische’ kunstwerken die 200 jaar geleden door de Fransen zijn ingepikt. Ze zet kunsthistorici én juristen aan het werk, ‘zodat er definitief klaarheid komt’ en wil dan met Frankrijk rond de tafel.

Eind achttiende, begin negentiende eeuw – na de Franse Revolutie – werd heel wat kunst door het Franse leger meegenomen uit kerken en kloosters in onze contreien, maar ook uit academies of uit adellijke verzamelingen. Het gaat bijvoorbeeld om werken van Antwerpse meesters zoals Pieter Paul Rubens en Jacob Jordaens. De kunstwerken kwamen in Franse musea terecht.

Belgische politici van verschillende strekkingen dringen er al een tijdje op aan dat ons land Frankrijk oproept de resterende kunstwerken aan België terug te geven. Maar er heerst veel onduidelijkheid rond het aantal kunstwerken – het zou om 271 werken gaan – en of ons land er zoveel jaren later nog altijd aanspraak op kan maken.

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) wil die onduidelijkheid de wereld uit. Ze zet daarom enkele kunsthistorici en gespecialiseerde juristen aan het werk. De eersten moeten een zo correct mogelijke lijst van kunstwerken opstellen die onder het Franse bewind in beslag werden genomen en van waar die zich nu bevinden. De juristen moeten onderzoeken óf en op welke manier ons land die kunstwerken nog eventueel kan terugeisen.

Dat wordt geen gemakkelijke klus, zo menen juristen, iets wat Sleurs erkent.