Hoe Litvinenko zijn eigen moord oploste
Foto: epa

De Russische ex-FSB agent Aleksandr Litvinenko, die in 2006 stierf aan een poloniumvergiftiging, heeft in zijn laatste levensuren zijn eigen moord opgelost. Dat schrijft onderzoeksjournalist Luke Harding van The Guardian.

SPIEKBRIEFJE. De moord op Litvinenko

De feiten - die bijzonder veel gelijkenissen vertonen met een spionagethriller - dateren van 2006. De Russische Aleksandr Litvinenko was op dat ogenblik naar Groot-Brittannië gevlucht. Als ex-spion, die zich te veel had bemoeid met interne wantoestanden, was Litvinenko niet langer welkom in Rusland.

In oktober én in november 2006 heeft Litvinenko een afspraak met twee Russische agenten, die voordien voor de geheime dienst werkten. Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen - onafscheidelijke jeugdvrienden - drinken twee keer samen met Litvinenko een kopje thee in het Millennium Hotel in Londen.

Na de eerste ontmoeting - in oktober - braakt Litvinenko enkele keren en voelt hij zich enkele dagen belabberd. Drie weken na het tweede theekransje - in november - overlijdt Aleksandr Litvinenko aan de gevolgen van vergiftiging.

Litvinenko over het dodelijke theekransje

Vooraleer Litvinenko zijn laatste adem uitblies, legde hij nog een reeks verklaringen af aan Brent Hyatt van Scotland Yard. Op dat ogenblik weet niemand waarom en hoe Litvinenko vergiftigd is. Het verhaal kan dus alle kanten op en onderzoekers weten niet wat ze met de Engels brabbelende Rus op zijn sterfbed moeten doen. 

Toch zag Litvinenko geen enkel detail over het hoofd tijdens zijn gesprekken met Hyatt. Alles kon immers belangrijk zijn. Hij begon zijn relaas steevast met: 'Ik kan niets bewijzen.' Als ex-FSB agent wist hij als geen ander welke bewijzen er nodig zijn om een zaak hard te maken en welke details van levensbelang zijn. Zijn leven had altijd bestaan uit observeren en interpreteren. En net dat blijkt, jaren later, de sleutel geweest te zijn naar het pad van de giftige polonium-210.

Litvinenko: ‘Andrej kwam naar me toe en zei: “Kom maar mee, we zitten daar” toen ik het Millennium Hotel binnenstapte. Hij had al drank besteld. Er stonden kopjes en een theepot op tafel. Ze vroegen me of ik nog iets wilde drinken. Ik zei dat ik niets hoefde. “Dat is oké, wij gingen toch vertrekken. Er is nog wat thee over”, zeiden ze.’

Litvinenko gaat verder: ‘Andrej vroeg de ober om een nieuw theekopje en ik schonk het restje thee in. Ik slikte verschillende keren maar het was groene thee zonder suiker en hij was ook al koud. Ik dronk het kopje thee niet leeg, want ik vond het niet lekker.’

Hyatt: ‘Dronk Andrej van de thee toen jij erbij was?’

Litvinenko: ‘Nee, niemand dronk van de thee. En ze lieten ook uitschijnen dat ik zelf niets hoefde te bestellen “omdat er thee over was”, dat hebben ze gezegd. Later, toen ik het hotel verliet, voelde ik aan dat er iets vreemd aan de hand was. Ik had het de hele tijd al gevoeld: ik wist dat ze me wilden doden.’

Slordige huurmoordenaars

Onderzoeksjournalist Luke Harding concludeert uit de vorige passage van Litvinenko dat hij maar al te goed wist dat de thee hem de das had omgedaan. Uit verschillende interviews met getuigen uit de hotelbar en onderzoeken van de politie blijkt dat, eens Litvinenko de thee had gedronken, de twee huurmoordenaars zich plots bijzonder snel uit de voeten wilden maken. De ene bleef herhalen dat hij nog naar zijn vrouw moest, terwijl de andere constant zei: ‘Kom, laten we gaan.’

Dat de moordenaars slordig zijn geweest en iedereen in de nabije omgeving in gevaar hebben gebracht, werd duidelijk na forensisch onderzoek. Terwijl Loegovoj nog even aan zijn achtjarige zoon vroeg om ‘de hand van oom Aleksandr te schudden’ (die vol polonium-210 hing), bleek de theepot van Litvinenko ook al niet zo moeilijk te vinden. Terwijl 4 becquerel per vierkante centimeter de grenswaarde is voor blootstelling aan radioactiviteit afkomstig van goederen, straalde de theepot enkele weken na Litvinenko’s dood nog altijd meer dan 100.000 becquerel per vierkante centimeter uit.

De hele bar - van de ijsschep tot een pianokruk - was in een nevel van schadelijke isotopen gehuld. In de hotelkamer waar Kovtoen later zijn handen waste vonden onderzoekers in de lavabo en de afvoerpijp zo’n 390.000 becquerel per vierkante centimeter van polonium-210.

Tot op heden is het onduidelijk hoeveel mensen er op dat ogenblik zijn blootgesteld aan de radioactieve stof.

Lees het hele verhaal op de website van The Guardian.