Enkel alleenstaande vrouwen zonder kinderen verdienen meer dan mannen
Vrouwen protesteren op Equal Pay Day tegen de loonkloof (archiefbeeld). Foto: WAS

Vrouwen verdienen in België meer dan mannen. Als ze geen kinderen hebben. En single zijn. En zich volledig op hun carrière storten. In alle andere gevallen is de loonkloof nog altijd een harde realiteit in het voordeel van de man.

Anno 2016 kunnen we stellen dat mannen en vrouwen met gelijke kansen aan de start van hun carrière komen. Meer zelfs: binnen de populatie van alleenstaanden zonder kinderen verdienen vrouwen in ons land gemiddeld 4 procent meer dan hun mannelijke collega’s.

De verklaring ligt erin dat vrouwen over het algemeen een hoger opleidingsniveau halen. ‘Vrouwen hebben aan het begin van hun werkleven een stapje voor op hun mannelijke leeftijdsgenoten’, zegt Vera Claes, nationaal secretaris van Zij-kant, de progressieve vrouwenbeweging die jaarlijks de Equal Pay Day organiseert.

Maar het is een verhaal van korte duur. Zodra echtgenoot en kinderen ten tonele verschijnen, stijgt de loonkloof meteen tot 10 procent, om vervolgens bijna stelselmatig jaar na jaar toe te nemen.

De boodschap is dan ook duidelijk, zegt Claes provocatief. ‘Wil je als vrouw evenveel of zelfs meer verdienden dan een man? Blijf alleen en neem geen kinderen.’

Promotie

Op een uitzondering na is de loonkloof inderdaad nog steeds een harde realiteit in het voordeel van de man. Over de hele Belgische economie gemeten, verdient een vrouw per werkuur gemiddeld 9 procent minder dan haar mannelijke collega’s. Op maandbasis loopt dat zelfs op tot 20 procent. Dat blijkt uit het ‘Loonkloofrapport 2015’ van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, samengesteld op basis van gegevens uit 2012.

De loonkloof stijgt met de leeftijd. Want terwijl mannen over het algemeen hun hele carrière lang stelselmatig meer gaan verdienen, begint het uurloon van vrouwen te stagneren vanaf hun 35ste levensjaar. Een 25-jarige man verdient daardoor gemiddeld ‘slechts’ 5 procent meer dan zijn vrouwelijke collega’s, terwijl een man van 55 zo’n 21 procent meer opstrijkt.