Schutter Joods Museum blijft in de cel
Foto: AFP

Mehdi Nemmouche (30), de hoofdverdachte van de aanslag op het Joods Museum in Brussel, is donderdag voor de Brusselse raadkamer verschenen en die heeft zijn aanhouding met drie maanden verlengd. Dat meldt het federaal parket. De twee andere verdachten in het dossier, de 26-jarige Nacer Bendrer en de 28-jarige Mounir Atallah, zitten ook nog in de cel. Het onderzoek zit intussen in een eindfase, al wordt er wel nog gezocht naar een vierde mogelijke verdachte.

Bij de aanslag op het Joods Museum, in de Brusselse Miniemenstraat, kwamen vier mensen op het leven, het koppel Israëlische toeristen Emanuel (54) en Miriam (53) Riva, de 66-jarige Française Dominique Chabrier, vrijwilligster in het museum, en de 25-jarige museummedewerker Alexandre Strens.

Een week na de aanslag, op 30 mei, werd in het Franse Marseille een eerste verdachte opgepakt. Het ging om de 30-jarige Mehdi Nemmouche, die met een bus vanuit Brussel was aangekomen. In zijn sporttas bleken wapens te zitten die sterk leken op de wapens die gebruikt waren bij de aanslag, alsook persartikelen over de aanslag, munitie en een vlag van terreurgroep Islamitische Staat. Bovendien werd ook een GoPro-camera aangetroffen met een video waarop een man, vermoedelijk Nemmouche, buiten beeld zegt dat hij de feiten in Brussel gepleegd heeft, terwijl hij zijn wapens en kleren filmt.

Nemmouche zelf heeft tot op heden nog geen enkele verklaring afgelegd tegenover de Belgische speurders en volgens zijn advocaten, Sébastien Courtoy en Henri Laquay, zit er in het dossier geen enkel staalhard bewijs tegen de man.

Begin december 2014 werd nabij Marseille een tweede verdachte opgepakt, de 26-jarige Nacer Bendrer, en op 16 februari aan België uitgeleverd. Bendrer en Nemmouche verbleven tussen tussen 1 juni 2008 en 2 december 2010 in dezelfde gevangenis in Salon-de-Provence. In die periode zouden een groep gedetineerden in die gevangenis zich bekeerd hebben tot een radicaal-religieuze stroming en Nemmouche en Bendrer zouden de meest actieve leden van die groep geweest zijn.

Uit het onderzoek bleek ook dat Bendrer en Nemmouche na hun hechtenis en in de weken voor de aanslag contact hielden. Nemmouche zou Bendrer op 9 april 2014, om 21.07 uur, vanuit Brussel gebeld hebben, waarna Bendrer naar Brussel zou gereisd zijn en er van 10 tot 12 april verbleven hebben. De man zou die verplaatsing zo discreet mogelijk gehouden hebben. Twee weken later zou Nemmouche dan op zijn beurt naar Marseille gereisd zijn en er van 24 tot 29 april verbleven hebben. Ten slotte bleek Nacer Bendrer bij zijn arrestatie in het bezit van twee automatische pistolen, een jachtgeweer, een lader en munitie, maar ook en vooral van een automatisch geweer van het type kalasjnikov. Dat wapen zou veel gelijkenissen vertonen met het wapen dat gebruikt werd bij de aanslag op het Joods Museum. Bendrer zelf ontkent elke betrokkenheid bij de aanslag.

De derde verdachte, Mounir Atallah, werd op 9 december 2014 al eens opgepakt maar vrijgelaten. Pas nadat Bendrer verklaard had dat Atallah mogelijk een rol had gespeeld in de levering van wapens aan Mehdi Nemmouche, werd Atallah op 1 juli aan België uitgeleverd. Mounir Atallah zou Mehdi Nemmouche leren kennen hebben toen beiden in 2010 in de gevangenis van Salon-en-Provence verbleven. Tijdens het onderzoek naar de aanslag op het Joods Museum kwam aan het licht dat Nemmouche van eind maart tot eind mei 2014 in Brussel verbleef, maar dat hij wel van 24 tot 29 april in Marseille was. In die periode ontmoette hij Mounir Atallah.

Midden januari 2015 verspreidde het federaal parket dan een opsporingsbericht voor een derde mogelijke verdachte. Daarin wordt gezocht naar een man die enkele dagen na de aanslag gefilmd is in het gezelschap van Mehdi Nemmouche op de Brusselse Albert II-laan op 28 mei 2014. Enige tijd geleden dachten de speurders de man geïdentificeerd te hebben, maar dat bleek niet te kloppen.