‘Als je omgeving je elke dag het gevoel geeft dat jij de vijand bent, dan ga je je ook zo gedragen'
Yassine Boubout en Dyab Abou Jahjah Foto: Fred Debrock
Yassine Boubout haalde de nationale media toen hij in een Antwerps shoppingcenter gevloerd werd door zwaarbewapende agenten. dS Weekblad zet hem samen met Dyab Abou Jahjah voor een gesprek over discriminatie en radicalisme. ‘Als je omgeving je elke dag het gevoel geeft dat jij, bruine of makak, de vijand bent, dan ga je je ook zo gedragen.'

Yassine Boubout (18) spreekt met twee woorden. Hij kent zijn wereld. Doet het goed op school. Richtte twee maanden geleden met vrienden One Line-Solidarity op, die vluchtelingen van Calais en Duinkerken ondersteunt.

Op maandag 14 december wipte hij tijdens de schoolpauze even binnen in de Carrefour in Wijnegem Shopping Center. Hij stond aan de kassa met twee rijstpapjes en een flesje water. Plots richtte een agent een wapen op hem, Yassine protesteerde, de agent dwong hem op de knieën. Andere zwaarbewapende agenten snelden toe. Twintig minuten duurde dat, daarna werd hij afgevoerd en enkele uren vastgehouden op het politiekantoor van Mortsel.

'Een Guantanoamo-ervaring'

‘Ik ben gewend aan onaangepaste controles. Zeker in Antwerpen blijft de spanning tussen jongeren en politie groot. Maar dit was van een andere orde. Een wapen op je hoofd gericht krijgen, is wel extreem. Zeg maar: een Guantanamo-ervaring.’

Een ervaring die bleef hangen. ‘Het kroop dieper onder mijn huid dan ik wilde toegeven. Ik had mezelf gezworen dat het mij niet klein zou krijgen. Maar ik sliep slecht en mijn concentratie liet te wensen over. Anderhalve week geleden zat ik bij de dokter en moest ik samen met hem wel toegeven dat ik alle symptomen van een trauma vertoonde.’

Een voorbeeld van racial profiling, en dat is volgens Abou Jahjah ‘ronduit dom en inefficiënt’. ‘In België staan we nergens op het vlak van terreurbestrijding. Een Zouzou Ben Chikha of een Yassine kunnen we wel twintig minuten op de knieën houden, maar Salah Abdeslam krijgen we niet te pakken.’

Goeie punten, maar toch naar beroepsonderwijs

Boubout begon zijn middelbare schoolcarrière in een blanke, katholieke school. Al op de eerste schooldag zei een leerkracht geen fan te zijn van de multiculturele samenleving. ‘Die schoolcarrière was een nuloperatie. Mijn punten waren oké, maar ze wilden mij toch naar het beroeps duwen.’

Het maakte dat Boubout ging sympathiseren met Bin Laden. ‘Als je omgeving je elke dag het gevoel geeft dat jij, bruine of makak, de vijand bent, dan ga je je ook zo gedragen. Je moet blind zijn om de band tussen racisme en radicalisering niet te zien.’

Boubout veranderde van school, zijn boosheid keerde hij om in activisme. ‘Mijn moeder steunt mij wel, zeker in dat probleem met de politie. Maar ze is, typisch voor de eerste generatie, geneigd sneller ja te knikken om de lieve vrede. Ik behoor tot een generatie die wil opkomen voor haar rechten, de oudere generatie zegt sneller: “Laat zitten, wij zijn hier te gast.” Daar clash ik thuis al eens over.’

In dS Weekblad zaterdag spreken Abou Jahjah en Boubout verder over de gevolgen van racisme, over waarom radicalisering ook iets positief kan zijn, over de contradictie dat er meer discriminatie is dan 10 jaar geleden, maar dat er ook meer nieuwe Belgen zijn die het maken.  En over allochtonen in de politiek:. Abou Jahjah: ‘Ooit word ik nog burgemeester van Brussel.’

Zaterdag in dS Weekblad: 7 dubbelgesprekken.

  • Guy Verhofstadt en Zhanna Nemtsova
  • Patrick Janssens en Johan Van Dyck
  • Baltasar Garzón en Dolores Delgado
  • Jeroen Brouwers en Joost De Vries
  • Jan Decleir en Stefaan Degand
  • Melanie De Biasio en Arno
  • Dyab Abou Jahjah en Yassine Boubout