‘Wij wisten dat Verviers slechts het topje van de ijsberg was’
Jaak Raes Foto: Jimmy Kets
‘IS zal nooit onze geesten veroveren. Daarvoor is de veerkracht van het Westen veel te groot. De klimaatverandering is op termijn een grotere bedreiging dan het terrorisme.’ Opmerkelijke woorden uit de mond van de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid. Maar Jaak Raes meent wat hij zegt.

Jaak Raes (55) staat sinds 1 april 2014 aan het hoofd van de Staatsveiligheid. Tijd om zich rustig in te werken, heeft hij nauwelijks gehad. Een maand na zijn aantreden was er al de aanslag op het Joods Museum in Brussel. En dan moest 2015 nog komen, met de aanslagen in Parijs op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher, de verijdelde aanslagen in Verviers en last but not least de recente golf van geweld in Parijs. 2015 was een jaar zoals er voor de Belgische inlichtingendiensten nooit eerder één is geweest.

Waar was u op 13 november?

‘In Parijs, op een paar kilometer van Le Bataclan. Er was een netwerkevent met leidinggevende Belgen uit verschillende sectoren. We zaten aan tafel toen de collega’s in Brussel me sms’ten over wat er aan het gebeuren was.’

Wanneer besefte u dat er een link met België was?

‘Ik heb de hele nacht tv gekeken en ’s ochtends heb ik heel vroeg ontbeten. Om 9 uur was er nog geen enkele link met België. Die kwam er pas toen in de loop van de voormiddag een in België gehuurde auto werd gevonden vlak bij de plaats van de aanslagen.’

‘Om 18 uur kwam ik in Brussel aan. Ik ben recht van het station naar de Wetstraat 16 gegaan, waar de Veiligheidsraad samenkwam. De sfeer was zeer gespannen. Er kwamen immers meer en meer leads binnen die naar ons land leidden. Er werden namen genoemd, ook van mensen die we kenden als geradicaliseerd.’

Al snel bleek dat enkele ­terroristen uit ons land ­kwamen en onder de radar ­waren gebleven. Dat was ook voor u geen prettig gevoel?

‘Dat kan ik niet ontkennen. Verviers hadden we zien aankomen, maar dit niet. Ook al wisten we dat Verviers maar het topje van de ijsberg was. Ik ga het niet van naaldje tot draadje uitleggen, dat mag ik niet. Maar een aantal van de verdachten stond inderdaad op de zogenaamde geconsolideerde lijst van Ocad (het coördinatieorgaan voor de dreiging, red.).’

‘Begin september 2015 stond daar een achthonderdtal namen op, 125 van terugkeerders, 348 van geradicaliseerde mogelijke vertrekkers en 257 van personen die aanwezig zijn in Syrië. De 125 terugkeerders zijn onze prioriteit. Maar iemand 24 uur per dag schaduwen, zeven dagen op zeven, daarvoor heb je per week voltijds twintig tot dertig man nodig. Dan spreek ik nog niet over de middelen die we moeten inzetten.’

‘Wij zijn een kleine dienst (600 man, red.). De conclusie is simpel: wij hebben noch het personeel, noch het budget om al die mensen permanent onder controle te houden.’

‘Enkele deelnemers aan de aanslagen zijn een tijd het voorwerp geweest van een gerechtelijk onderzoek, wegens hun eventueel vertrek naar Syrië. Op een bepaald moment is beslist hen niet langer te vervolgen. Dat was een afweging. De realiteit is dat het achteraf verkeerd is uitgedraaid.’

We moeten onze privacy deels afgeven, angst mag geen norm worden en de klimaatverandering is een groter probleem dan terrorisme: lees hier het hele interview met Jaak Raes.