De Kerk van het Vliegende Spaghettimonster mag huwelijken afsluiten
De Oostenrijke pastafarian Niko Alm moest er enkele jaren voor vechten (hij moest door een dokter psychologisch gezond verklaard worden), maar mocht uiteindelijk toch met een vergiet op zijn hoofd op zijn rijbewijs staan. Foto: ZUMAPRESS.com

Goed nieuws voor de Nieuw-Zeelandse pastafarians: ze kunnen voor hun eigen kerk in het huwelijk treden. Blink die vergietjes maar op.

Het is Nieuw-Zeelanders sinds deze maand toegestaan om te trouwen voor de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster, beslisten de autoriteiten. Eerder deze maand werd de ‘religie’ officieel erkend in het land. Op haar Facebook-pagina heeft de Kerk aangekondigd dat de eerste ‘ministeroni’ (de persoon die de huwelijken zal inzegenen) tegen februari beschikbaar zal zijn.

De Kerk van het Vliegende Spaghettimonster ontstond in 2005 in de Verenigde Staten. Aanbidders van de ‘Noodly one’ (een god die eruit ziet als een kluwen spaghetti met twee gehaktballen) laten zich pastafarians noemen, dragen een vergiet als hoofddeksel en zeggen ‘R’Amen’ (ramen zijn een soort noedels) in plaats van ‘Amen’.

De kerk is welteverstaan een parodie op religie. Bedenker Bobby Henderson, een natuurkundige, had het Spaghettimonster bedacht als een reactie op de beslissing van de staat Kansas om van intelligent design (de schepping door een intelligent opperwezen) verplichte leerstof te maken. Hij argumenteerde in een open brief dat als kinderen meerdere zienswijze onderwezen moeten krijgen, dat ze dan ook maar moesten leren over het Vliegende Spaghettimonster. Er is immers geen bewijs dat een dergelijk monster niet bestaat.

Nieuw-Zeeland gaat ver in de erkenning van het pastafarisme, maar de eerste succesjes werden jaren geleden in Europa geboekt. In 2009 in Oostenrijk en in 2013 in Tsjechië hadden twee mannen godsdienstvrijheid ingeroepen om met een vergiet op hun hoofd op de pasfoto van hun rijbewijs te mogen staan, wat hen werd toegestaan.