Opgroeien in een stad met dreigingsniveau tien
Foto: Sam Tarling

Het Brusselse verhaal dat me vandaag het meest trof, was niet dat van de grote verklaringen. Wel de sluiting van de scholen, want die deden hier vanop afstand een persoonlijker belletje rinkelen. Mijn gezin woont intussen vier jaar in Beiroet en ergens in 2014 ben ik gestopt met bommen te tellen.

Ons dochtertje, Maya, is nu elf en ze groeit op in een stad waarin naar Belgische normen dreigingsniveau tien zou moeten gelden. Voor een bomaanslag bestaat hier een officieus rampenplan. Na een aanslag gaan scholen dicht, en gezinnen blijven even binnen om te zien vanwaar de wind waait. Niet omdat families vrezen dat een school het volgende doelwit wordt, maar omdat ze hun kinderen niet door de stad willen weten rijden zo meteen na een aanslag.

Die kinderen moeten echt wel dagelijks bezeten zijn door dat geweld, denk je dan. Niet dus. Grootsteden zijn groter en veerkrachtiger dan soms wordt gedacht, en kinderen ook. Soms komt Maya thuis en zegt dat ‘er ergens weer een bom’ was. Dat heeft ze gehoord op het universum genaamd Speelplaats, dat ik een eind mysterieuzer en ongrijpbaarder vind dan de politiek in het Midden-Oosten. Op weg naar school wandelt ze elke dag voorbij de politieman om de hoek, die hier standaard is uitgerust met een mitrailleur.

En toch vormt geweld niet haar leefwereld, ook niet in Beiroet. Haar wereld is die van vriendjes en vriendinnetjes, van Taylor Swift, en van eindeloze intriges op de Speelplaats. Ze heeft, gelukkig, nooit een bom van dichtbij moeten meemaken. En van een explosie vier kilometer verder merkt ze in het stadsrumoer niets.

Soms heeft ze een vraag. ‘Wat is er in Parijs gebeurd?’ Islamitische Staat kende ze niet, want de Speelplaats hanteert de pejoratief gebruikte Arabische afkorting Daesh. ‘Mensen die vinden dat zij de beste moslims zijn en daarom iedereen anders mogen vermoorden’, hoorde ik mezelf zeggen. ‘Hoe kunnen ze nu de beste moslims zijn als ze iedereen willen vermoorden?’, zei ze, een conclusie die voor haar het gesprek afrondde.

En als ze op een avond bang vraagt of dat geknetter in de verte geweerschoten of vuurwerk zijn, lieg ik consequent dat het om vuurwerk gaat. ‘Het is oké om je angst te tonen’, zeggen kinderpsychologen in België dan. Wij doen het anders. Een kind verdient het om onbezorgd op te groeien, ook hier. Het heeft geen enkele zin als haar ouders zich op eender welk moment nerveus zouden tonen – dat zou haar pas bang maken.

Morgen kan hopelijk iedereen gewoon naar school, zowel in Brussel als Beiroet. Fatsoenlijk onderwijs is nog altijd het efficiëntste en goedkoopste tegengif tegen extremisme.

Jorn De Cock is correspondent van De Standaard in het Midden-Oosten. Deze week schrijft hij dagelijks in dS Avond.