Waarom Parijs 120 keer meer aandacht kreeg dan Beiroet
Tom Naegels

Westerse media hadden veel meer aandacht voor de aanslagen in Parijs (129 doden) dan voor de aanslag in Beiroet (43 doden), en dat wordt hen vaak verweten. Alleen, leerde Tom Naegels, was dat in de media in het Midden-Oosten ook zo.

 

Bij de BBC keken ze verrast op. Het meest gelezen verhaal op de website van de Britse omroep afgelopen zondag, was er een over de aanval van de Somalische terreurbeweging Al-Shabaab op de Keniaanse universiteitscampus Garissa. Die aanslag, waarbij 147 mensen het leven lieten, vond plaats op 2 april 2015, meer dan een halfjaar geleden dus. Plots werd het artikel erover in twee dagen tijd tien miljoen keer gedeeld. Dat was vier keer zoveel als ten tijde van de aanval zelf.

Hoe kon dat? Sommige mensen hadden zich gewoon vergist, en dachten dat het dit weekend gebeurd was – wéér een aanslag, na Parijs. Maar velen postten het artikel omdat ze ervan overtuigd waren dat er voor Parijs wél, maar voor Kenia géén aandacht was geweest van de internationale pers. En dus deelden ze een artikel uit die internationale pers, dat velen onder hen in april niet gedeeld hadden, om die pers te verwijten dat die Europese doden belangrijker vindt dan Afrikaanse.

De grote westerse media wordt wel vaker eurocentrisme verweten: blanke, westerse doden zijn nieuws, de zes miljard andere bewoners van deze planeet sterven onopgemerkt. Naast Garissa werd afgelopen week ook de aanslag in Beiroet – een dag vóór die in Parijs, er vielen ruim veertig doden – genoemd als bewijs daarvoor. En het klopt: daar was ook in deze krant veel minder aandacht voor. Niet ‘geen’, de correspondent van De Standaard, Jorn De Cock, schreef er een middelgroot stuk van een halve pagina over (‘IS claimt dodelijke aanslag in Beiroet’, DS 13 november ). Maar dat steekt vanzelfsprekend mager af tegen de inmiddels zestig pagina’s die tot gisteren al aan de aanslagen in Parijs zijn gewijd.

Nieuwswaarden

Het is een terechte vaststelling, en tegelijk een die al zo vaak gemaakt is dat ze dreigt banaal te klinken. Studenten journalistiek zijn bekend met ‘nieuwswaarden’, onuitgesproken criteria waar een gebeurtenis aan moet voldoen om het nieuws te halen. Al sinds 1965 – toen de academische paper verscheen waarin ze voor het eerst werden beschreven – staat daar ‘elitelanden’ tussen. Sommige landen komen makkelijker in het nieuws dan andere. Welke dat zijn, kan verschillen – voor de Vlaamse media is Nederland een eliteland, voor de Poolse media veel minder – al bestaat er wereldwijd consensus dat machtige landen hoe dan ook nieuwswaardig zijn. ‘Culturele nabijheid’ is een andere invloedrijke nieuwswaarde: een gebeurtenis waar lezers of kijkers zich in kunnen inleven, zal sneller het nieuws halen. Frankrijk is een geopolitiek machtig land, en Vlaamse lezers voelen zich cultureel verwant met de Fransen. Libanon: twee keer nee. Ergo, het verschil.

Alhoewel, herleid ik het zelf nu niet tot al te eenvoudige principes? Ik vroeg aan Jorn De Cock, die in Beiroet woont, of de media in het Midden-Oosten wél meer aandacht hadden voor de aanslag in zijn stad dan voor die in Parijs. Dat zou je verwachten, als het onevenwicht het gevolg was van eurocentrisme. Verrassend: De Cock antwoordt me van niet. ‘Ik denk dat alleen Libanese kranten meer aandacht hadden voor Beiroet. In de rest van het Midden-Oosten was Parijs groter nieuws. Dat heeft te maken met het feit dat veel Arabieren een band hebben met Parijs. En eigenlijk vooral de Libanezen, ironisch genoeg voor deze discussie, want veel van hen zijn naar Frankrijk gevlucht tijdens de burgeroorlog. Maar ook omdat de aanslagen uiteraard óók een band hadden met het Midden-Oosten. IS is hier ook dagelijks in het nieuws.’ En verder speelt ook in het Midden-Oosten, zegt De Cock, dat politiek geweld in Libanon ‘gewoner’ is dan in Frankrijk, en dus minder schokkend.

Het maakt de kwestie ingewikkelder, en dus interessanter. Als Amerikanen en Europeanen alleen huilden over Parijs, terwijl de rest van de wereld solidair was met Beiroet, dan kon je zeggen dat westerlingen zich via hun nieuws opsloten in hun eigen cultuur. Terwijl we ondertussen toch in een geglobaliseerde wereld leven? De Cocks antwoord deed me beseffen dat het kortzichtig is om de aanslag in Parijs als een exclusief westers verhaal te zien. Misschien ís dit wel, ook in een globale context, groter nieuws dan de bomaanslag in Beiroet – wat uiteraard niets zegt over de waarde van de levens die op beide plaatsen verloren gingen.

Aanvulling. (19 november 2015.)

Na de publicatie van deze column kreeg ik verscheidene reacties die vroegen: maak ik me er niet te gemakkelijk vanaf, met dat 'dat zijn nu eenmaal de nieuwswaarden' en 'zelfs de Arabieren vonden Parijs belangrijker'? Die nieuwswaarden zijn man made en kunnen dus wijzigen, toch? Is het niet de taak van het nieuws om mensen te doen meeleven met wie ze spontaan misschien niét hadden meegeleefd? Is het niet net het probleem, dat Amerikanen en Europeanen wél regeringen steunen die ten oorlog trekken in het Midden-Oosten, maar vervolgens niet de empathie willen of kunnen opbrengen om zich betrokken te voelen bij de slachtoffers van dat beleid? 

Oké. Dat wordt dus een discussie over de macht en de beperkingen van nieuws.

Het is ontegensprekelijk zo dat Westerse nieuwsmedia meer aandacht besteden aan gebeurtenissen die dichtbij gebeuren, in landen waar hun (autochtone) lezers zich cultureel mee verbonden voelen, en waar mensen wonen waar die zich in herkennen. Iedere Vlaming is ooit in Parijs geweest, iedere Vlaming kan zich inbeelden dat hij er naar het voetbal of een concert gaat, er is bovendien een directe Belgische link aan dit verhaal, een directe bedreiging ook voor het eigen leven, en die combinatie van fysieke nabijheid en emotionele betrokkenheid leidt ertoe dat er veel meer aandacht is voor Parijs dan voor Beiroet. Nieuwsmedia houden dus rekening met de interesses en de emoties van hun lezers. De ene zal zeggen: ja duh, heeft de schrijnwerker nog een open deur om in te trappen? De andere zal zeggen: hoe kortzichtig van die media.

Zeer terechte tegenwerping: maar daarmee bevestig je toch de bestaande machtsverhoudingen, en sluit je mensen op in hun eigen cultuur? Is het nieuws er niet net om mensen uit hun comfortzone te halen, om hun blik te verbreden, om hen bewust te maken van het feit dat er (hallo-oo) een wereld out there is? Als Westerlingen wat meer zouden meeleven met Libanezen, Syriërs, Iraki,..., dan zouden die aanslagen in Parijs misschien niet gebeurd zijn! Dus is het de plicht van de nieuwsmedia om dat etnocentrisme van hun lezers en kijkers te breken, niet te versterken!

En nu komt de kat op de koord: kunnen de media dat? Hebben de media de macht om de spontane empathie, het gevoel van verbondenheid van lezers te sturen? Kunnen ze die opwekken? Stel dat De Standaard zestig pagina's aan de bomaanslag in Beiroet had gewijd, zouden de lezers daar dan even sterk mee hebben meegeleefd - of zouden ze de krant integendeel vervreemd en geërgerd terzijde hebben geschoven? 

Zelf denk ik dat media slechts af en toe - als alle omstandigheden goed zitten - de macht hebben om een onderwerp op de agenda te zetten waar hun lezers / kijkers spontaan niet warm voor lopen. En dan nog zie je (bijvoorbeeld bij de vluchtelingencrisis) dat er al enorme aantallen, dode kinderen, en een directe gevolg voor 'ons' voor nodig is. Dus doen de grote nieuwsmedia - in hun eigen ogen, en ik denk dus dat ze dat realistisch inschatten - eigenlijk al erg veel, door koppig te blijven berichten over gebeurtenissen in China, Rusland, Brazilië, Kenia, Syrië... goed wetende dat hun lezers (op enkelingen na) er wellicht niet wakker van zouden liggen als die stukken niét verschenen. Het is ook niet fair om enkel de recente aanslag in Beiroet als vergelijkingspunt te nemen: over de Syrische burgeroorlog wordt bijvoorbeeld al heel lang bericht, vaak zelfs op de voorpagina. (Al is die aandacht ook gestegen toen er Belgische Syriëstrijders bleken te bestaan.) Het is in weerwil van een algemene desinteresse, dat men toch probeert enige interesse op te wekken, al betekent dat tegelijk ook dat er natuurlijk geen zestig pagina's aan worden besteed. (Zie bijvoorbeeld dit stuk, van een Midden-Oosten-correspondent, die dat punt maakt.)

Die pragmatische kijk van de grote media botst frontaal met een zeer invloedrijke mediakritische theorie: die ziet de media als machtige agendazetter, een indoctrinatiemachine die het denken van de mensen kan bepalen. Het is een theorie die zowel ter linker- als ter rechterzijde populair is: media versterken (volgens rechts) bewust het politiek-correcte denken en de naïviteit tegenover de islam, of ze bevestigen (volgens links) al even bewust de neoliberale, racistische, islamofobe, etnocentristische dominantie. In beide visies creëert de media een dominante cultuur die keihard dient te worden bestreden - alleen is het beeld dat men zich vormt van die dominante cultuur, radicaal tegengesteld. 

Het is in die context dat ik aanhaalde dat ook in de media uit het Midden-Oosten, Parijs groter nieuws was dan Beiroet. Niet om alles wat ik hierboven schreef te ontkennen, maar om het te nuanceren: normaal zou je verwachten dat Arabische kranten - die schrijven voor lezers die zich wél cultureel verwant voelen met de Libanezen - meer aandacht hadden voor Beiroet. Dat dat niet zo was, betekent dat ook Arabische journalisten dezelfde keuzes hebben gemaakt over nieuwswaarde. Het kan natuurlijk nog altijd betekenen dat ook zij geïndoctrineerd zijn door een eurocentrisch wereldbeeld. Maar het kan ook betekenen dat die aanslagen ons mogelijk allemaal hebben geraakt.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)