Niet toevallig Parijs
Een Frans gevechtsvliegtuig in de Golf. Sinds eind september voert Frankrijk als enige Europese land mee luchtaanvallen uit boven Syrië. Foto: epa

Waarom Frankrijk opnieuw recht in het hart getroffen wordt? Omdat er in geen enkel ander Europees land zoveel radicale moslims bereid zijn om de politiek van hun land te wreken.

Dat Frankrijk dichter bij de volgende aanslag stond dan bij de vorige en dat de somberste dagen nog moesten komen, tekenden Franse kranten aan het begin van de herfst nog op, na gesprekken met veiligheidsexperts. Is het nieuwe bloedbad in Parijs dan geen verrassing? Het is vooral geen toeval.

De Franse president François Hollande veroordeelde de aanslagen vanochtend als ‘een oorlogsdaad’ van ‘een terroristisch leger’. Islamitische Staat (IS) heeft het bloedbad inmiddels opgeëist. Maar waarom heeft die terreurgroep het precies op Frankrijk gemunt? ‘Het is wel degelijk Frankrijk, zijn politiek en zijn internationale rol die het doelwit waren van de terroristen’, klinkt het in het editoriaal van de krant Libération.

1. De internationale rol van Frankrijk

Sinds hij in 2012 aan de macht kwam, heeft François Hollande er zijn missie van gemaakt om zijn land internationaal weer op de kaart te zetten. Frankrijk nam in 2013 de leiding van een militaire operatie tegen islamisten in Mali en greep ook in de Centraal-Afrikaanse Republiek in, nadat er geweld tussen moslims en christenen was uitgebroken.

Maar belangrijker voor de nieuwe gruwel is dat Parijs de internationale coalitie steunt die tegen Islamitische Staat strijdt. Sinds eind september voert Frankrijk ook als enige Europese land mee luchtaanvallen uit boven Syrië. Zo bombardeerde het Franse leger al doelwitten in Raqqa, dat door het kalifaat als hoofdstad uitgeroepen werd. ‘Voor wat jullie in Syrië doen, zullen jullie nu boeten’, zou een van de terroristen in de concertzaal Bataclan hebben geroepen.

Dat terwijl IS en Hollande in de figuur van de Syrische president Bashar Al-Assad nochtans een gemeenschappelijke vijand hebben. De Franse president is een van de felste tegenstanders van een scenario waarin Assad nog lang aan de macht mag blijven. Die laatste reageerde eerder vandaag zelf dat ‘de foute politiek van de westerse landen – en dan in de eerste plaats van Frankrijk’ ertoe geleid heeft dat het terrorisme kon voortgroeien en bloeien.

2. De Franse ziel

‘De radicale islam lijkt een extra grote walging te voelen voor Frankrijk en zijn hoofdstad’, schrijft de Franse journaliste Agnès Poirier in The Guardian. ‘De redenen zijn duidelijk: het stond aan de wieg van de Verlichting en de scheiding tussen Kerk en Staat. Frankrijk is een baken van vrijheid van meningsuiting en krachtige satire.’ Het was net daarom dat de aanslag op Charlie Hebdo de Fransen eerder dit jaar al zo diep in hun ziel raakte.

Tegelijk heeft het seculiere hart van Europa al jaren alle moeite van de wereld om de islam een plaats te geven. Terwijl naar schatting 7 procent van de Franse bevolking moslim is, maakt het opruiende discours van een partij als het Front National opgang. De uitzichtloosheid voor veel jongeren met buitenlandse wortels in de vaak troosteloze banlieues is dan weer een vruchtbare bodem voor al wie het radicalisme preekt.

3. Een legertje jihadisten

Niet alleen Frankrijk stapte mee in de door de Amerikanen geleide internationale coalitie tegen Islamitische Staat in Irak en Syrië. Ook onder meer Nederland, Groot-Brittannië en België dragen op allerlei manieren hun steentje bij. En heel wat andere Europese landen worstelen eveneens met de radicalisering van hun jeugd. Maar in Frankrijk lijken de omstandigheden ertoe geleid te hebben dat meer jongeren vatbaar zijn voor radicale discoursen.

Wellicht is de allerbelangrijkste verklaring voor het nieuwe bloedbad op Franse bodem dan ook eerder praktisch dan filosofisch van aard: er zijn gewoon veel jongeren in Frankrijk die bereid zijn om hun eigen leven op het spel te zetten voor de waanzin van de terreur.

Het is moeilijk om er exacte cijfers op te kleven, maar uit rapporten die dit jaar verschenen, blijkt Frankrijk in absolute cijfers steevast de belangrijkste leverancier van Syriëstrijders te zijn. In september, bij de start van de aanvallen boven Syrië, maakte de Franse regering bekend dat er al 133 Franse staatsburgers om het leven waren gekomen bij de strijd in Syrië en Irak, en dat er nog bijna 500 aan het vechten waren. Maar het totale aantal jihadisten lag veel hoger. Met andere woorden: er waren veel geradicaliseerde Fransen die in eigen land konden toeslaan.

AFP schreef eerder dit jaar al dat zeker 1.500 Fransen in het oog werden gehouden vanwege banden met terroristische netwerken. Nog eens 7.000 werden gevolgd omdat ze ‘op het slechte pad dreigden te belanden’. In januari waren er volgens een studie van het King’s College in Londen dubbel zoveel Fransen aangesloten bij Islamitische Staat als Britten of Duitsers. Of de aanslagen vanuit het kalifaat zelf uitgedacht en opgedragen werden en of sommige daders ooit meevochten in Syrië en Irak, is momenteel onduidelijk.

Toch is het zo dat als het achteraf gezien misschien geen toeval lijkt dat net Frankrijk weer het doelwit van terreur was, het de ongemakkelijke waarheid is dat geen enkele aanslag in welke Europese hoofdstad dan ook in de toekomst nog als ‘toeval’ zal kunnen worden afgedaan.