Frankrijk heeft het niet ‘gezocht’
‘Iedereen die Parijs kent, weet dat Le Bataclan de muziekclub is waar socialisten feestjes organiseren.’ Foto: rr

De keuze van de doelwitten was niet toevallig. Het ‘linkse’ Parijs werd geviseerd, schrijft Mia Doornaert, die gisteren in de Franse hoofdstad was.

Vrijdag om 17 uur baadde Parijs in een zachte, avondlijke herfstzon. Ik reed met een groepje landgenoten naar de Gare du Nord waar we na vier dagen varen op de Seine de trein naar huis namen. Niets kon laten vermoeden dat enkele uren nadien in Parijs het bloed van honderden mensen zou vloeien.

Op een van onze wandelingen had ik een stuk Parijs laten zien dat niet in de toeristische circuits voorkomt: het Parijs van de kleine luiden. Dat van de Faubourg Saint-Antoine waar eeuwenlang schrijnwerkers en andere ambachtslieden woonden. Dat van de arbeiderswoningen. Dat van de actieve deelname aan alle mogelijke revoltes en revoluties. We liepen door de rue de Charonne waar een van de aanslagen plaatsvond. We gingen op de Place Colonel Fabien kijken naar het hoofdkwartier van de communistische partij, ontworpen door de beroemde Braziliaanse architect Niemeyer. We kruisten de Boulevard Voltaire waar op nummer 50 de muziekclub Bataclan ligt waar gisteren tenminste 82 doden vielen.

Ik ben er zeker van dat, naast het voetbalstadion, de keuze van de doelwitten in het ‘linkse Parijs’ niet toevallig was. Sinds ‘nine eleven’ in New York is het toch duidelijk dat we af moeten van het cliché van de arme, werkloze immigrant die zogenaamd uit wanhoop plotseling naar de wapens grijpt. Die aanslagen zijn degelijk voorbereide oorlogsdaden.

Iedereen die Parijs en zijn geplogenheden kent, weet bijvoorbeeld dat Bataclan de muziekclub is waar de socialisten feestjes organiseren. Zo vierden socialistische ministers en andere prominenten er op 10 mei 1991 de tiende verjaardag van de verkiezingsoverwinning van François Mitterrand. Toen verschenen trouwens ook voor het eerst foto’s waar Dominique Strauss-Kahn en Anne Sinclair, duidelijk verliefd, joue contre joue dansten.

De aanslagen waren een weloverwogen ‘straf’ tegen PS-president François Hollande, omdat Frankrijk deelneemt aan de bombardementen tegen Islamitische Staat, en op die manier probeert mensen in het gebied van het moordende IS-fanatisme te vrijwaren. Er zullen nu een hoop weldenkende lieden in Frankrijk en daarbuiten zijn die zullen aanvoeren dat Frankrijk het ‘gezocht’ heeft omdat het zich ‘moeit’ in gebieden waar wij ‘niets te zoeken hebben’.

Dat is een drogargument.

Ten eerste: fanatici haten Frankrijk minder om wat het doet dan om wat het is. Dat blijkt uit het communiqué waarin IS de aanslagen opeist tegen ‘het land van het kruis’. Het verleden vervlecht zich in het Midden-Oosten immers naadloos met het heden. De kruisvaarders van eeuwen geleden worden er nog altijd de ‘franji’ (‘Franken’) genoemd. Dat Frankrijk zich sinds de dagen van Charles de Gaulle inspant om een verzoenende rol te spelen tussen de gemeenschappen van Libanon, tussen Israël en de Palestijnen, doet niet ter zake. Dat het zich verzette tegen de Amerikaanse inval in Irak evenmin.

Ten tweede: aanslagen die bewust op het vermoorden van onschuldige burgers gericht zijn, zijn onaanvaardbaar. Punt uit. Frankrijk heeft ze niet ‘gezocht’. Net zo min als de redactie van Charlie Hebdo het ‘gezocht’ had om begin dit jaar collectief doodgeschoten te worden.

Overigens, wie vindt dat wij ons niet mogen gaan ‘moeien’ in het Midden-Oosten, moet ook een mogelijk logisch gevolg daarvan aanvaarden. En dat is, wat nu óók een aantal mensen ongetwijfeld zal zeggen, dat wij dan ook onze grenzen niet hoeven te openen voor miljoenen vluchtelingen voor een geweld dat ‘onze zaak niet is’.

Nog één ding. Premier Charles Michel heeft de Belgen aangeraden niet naar Parijs te reizen als het niet ‘strikt noodzakelijk’ is. Ik ga integendeel zo snel mogelijk terug naar die onuitputtelijk betoverende stad. Want als ik de terroristen laat bepalen waar ik naartoe ga, dan zijn ze al aan het winnen. Zoiets kan ik niet uitleggen aan de nabestaanden en vrienden van de slachtoffers.