Black Keys-frontman scoort met nevenprojectje
Dan Auerbach (2013) Foto: Photo News

Met zijn Black Keys zagen we Dan Auerbach altijd een beetje als een stugge frontman. Zwijgzaam, serieuze blik, duivels in de gitaar, openspattend tegen de beukende drums van Pat Carney.

Maar met zijn zijuitstapje The Arcs ontbolsterde hij in Brussel tot een performer. Geen uitbundige, maar toch.

Hij blikte als een roofdier op zoek naar een prooi het donker in, ging — een tikkel theatraal, oké — op de knieën, zónder instrument. Hij klapte breed glimlachend in de handen en maande iedereen aan hetzelfde te doen.

The Arcs is minder een solotrip dan Auerbachs soloplaat uit 2009, maar een volwaardige groep, benadrukt hij. Die kwam na de zomer uit het niets met een debuut aanzetten, maar sudderde al een paar jaar. Auerbach en vrienden-muzikanten waarmee hij aan door hem geproducete albums van onder meer Dr. John en Lana Del Rey werkte, stoeiden samen in de coulissen met oudere soul en nieuwere hiphop.

Hoofd leegmaken

Multi-instrumentalisten bovendien, gepokt en gemazeld bij Charles Bradley, Sharon Jones en Amy Winehouse. Richard Swift, producer en lid van de populaire indieband The Shins, zat aan de toetsten maar mepte even graag op een van de twee drumstellen op het podium. Auerbach had zelfs drie dames van Mariachi Flor de Toloache mee voor de kirrende backings en een zuiderse toets.

Dat kwam niet helemaal onverwacht, want ook bij The Black Keys heeft Auerbach zich, onder meer dankzij Danger Mouse, van onder dat harnas van gitaar-drum gewrikt. Maar nu die band even aan een pauze toe is en zijn vechtscheiding achter de rug is, kan Auerbach met The Arcs zijn hoofd leegmaken. En kan hij nog breder inkleuren.

Met pretoogjes prikte hij zijn typische vette gitaarlicks op de Motown-basloopjes van Nick Movshon en het springerige sixtiesorgeltje van Leon Michels. ‘Stay in my corner’ en ‘Keep on dreamin’’ ademden psychedelische Phillysoul terwijl op de achtergrond kleurstofdia’s, konijnen en vliegende paarden in elkaar overvloeiden. ‘Pistol made of bones’ borstelde een hiphopbeat, mariachigitaar en trompet bij elkaar.

Oude klanken opblinken

De dubbele drums en dikke bassen gaven de songs een potig fundament, zoals in ‘The arc’, waarin glam en bluesrock een slimme popmelodie volgden. Knipogen naar het verleden zat. De countrybilly van ‘Little baby’ kaapte een shuffle bij Bo Diddley en in ‘My mind’ gutste Auerbachs stem evenveel soul als Al Green.

Af en toe mocht het nog wat vrijer. Zo kwam de soulpop van radiohitje ‘Outta mind’ niet los van zijn studiohuid. En heel erg diep sneden de teksten niet.

Het publiek smeekte niettemin om meer en kreeg als toemaatje twee covers voorgeschoteld die hun voorliefde voor de sixties andermaal onderschreven. ‘Like a ship (without a sail)’, uitbundige gospelsoul van TL Barrett, en ‘Too young to burn’ van indieband Sonny & The Sunsets. Een recente song, maar verpakt alsof het Martha & The Vandellas waren. Niemand die oude klanken zo sexy opblinkt als Dan Auerbach. Excuseer, The Arcs.

The Arcs ****

Gezien op 9 november in Acienne Belgique, Brussel