Carine Roitfeld: ‘Noem me geen designer’
Carine Roitfeld Foto: Anthony Maule

Een verlengstuk van haar eigen garderobe: zo zou je de capsulecollectie die Carine Roitfeld voor Uniqlo creëerde, kunnen omschrijven. Een tijdloze lijn vol klassiekers. Met een streepje army. Veerle Windels mocht even polsen hoe dat voelt.

Jaren geleden sprak ik haar voor het eerst toen ze als muze van Tom Ford de meest opzienbarende campagnes maakte voor Gucci. Ze werkte toen samen met fotograaf Mario Testino en is onder meer verantwoordelijk voor het sexy imago dat Gucci eind jaren negentig neerzette.

Van stiliste schopte ze het tot hoofdredactrice van de Franse Vogue, waar ze tien jaar lang scoorde met toonaangevende nummers, vaak met special gasthoofdredacteurs. Roitfeld verliet Vogue eind 2010 en ontpopte zich nadien als een heuse ‘brand’. Een merk met een eigen blad (CR Magazine), eigen parfums en zelfs een samenwerking met beautylabel MAC, waardoor ik haar nogmaals kon ontmoeten.

Nog even vriendelijk als die twee voorgaande keren is ze wanneer ik haar een paar weken geleden ontmoet tijdens de Parijse modeweek. Haar ‘collab’ met de Japanse keten Uniqlo wil ze zelf presenteren aan de pers en ze doet dat heel erg persoonlijk. Vragen worden moeiteloos beantwoord en wie een selfie wil, komt aan zijn trekken. Wij gingen niet voor de selfie, wel voor de vragen. Zoals:

Ik zag het model op de campagne en dacht: is dat nu Carine Roitfeld zelf?

‘U heeft gelijk. Het is natuurlijk een mannequin, maar ze toont wel mijn garderobe. Iemand die me een beetje kent, weet dat ik dat soort mantel draag, die strakke kokerrok, dat scherp gesneden hemdje, dat ben ik helemaal.’

Hoe was het om met Uniqlo samen te werken?

‘Ik was vooral onder de indruk van de manier waarop de Japanse ontwerpers bij Uniqlo met materialen bezig zijn. Ik wilde sowieso dat die collectie kwaliteitsvol was. Als ik kasjmier wil, wil ik goeie kasjmier. En dat rokje van leder, dat moet niet rond mijn lijf gaan trekken, dat moet goed blijven zitten. Ik ben wel iemand die mijn kleren laat verstellen. Ik wil altijd de perfecte lengte, ook aan mijn polsen.’

Uniqlo is een keten en u wordt toch eerder aan het topsegment gelinkt.

’Ik zou Uniqlo geen keten noemen, want ze kopiëren niet. Ze laten weliswaar samenwerkingen toe maar elke ontwerper die ze vragen (eerder was dat onder meer Christophe Lemaire, red.) mag zijn eigen persoonlijkheid uitspelen. Ik hoop stiekem dat ontwerpers mij nu gaan kopiëren (lacht).’

U heeft ook panty’s in de collectie gestopt, terwijl we u toch vooral met blote benen zien. Kan u de eigenzinnige lengte (namelijk tot boven het middenrif) verklaren?

‘Ik heb in mijn leven ontzettend veel ballet gedaan en die collants zijn ook een deel van mijn garderobe. Ik trek ze graag hoog, zodat je ermee kan spelen in je outfit.’

Ik leerde u kennen als muze van Tom Ford en nu bent u een eigen merk geworden.

Tom Ford is een vriend gebleven. Ik was vorige week nog in Los Angeles bij hem. Hij gaat er een nieuw project lanceren. Wacht maar af. (knipoogt) Tja, zonder het goed en wel te beseffen ben ik nu een merk geworden, inderdaad. Ik ben al volop aan de zomercollectie voor Uniqlo bezig. De parfums lopen goed en uiteraard werk ik als een bezetene voor CR en voor Harper’s Bazaar (waar ze global fashion director is, red.). Maar heel eerlijk: noem me geen designer.’